Maandagavond, tien over twaalf.
Hanne slaap al eventjes, na een drukke werkdag met wat griep onder de leden.
Ik ben net thuis van een avondje keuvelen met een goede vriend.
En ik realiseer me net dat vandaag over één week het een korte nacht zal zijn. We moeten volgende week dinsdag ochtend rond zes uur in Schiphol zijn, willen we onze vlucht halen.
Er wacht ons nog een drukke week.
Ik heb nog wel wat te doen rond de scriptie die ik schreef, en eindelijk eens wil afwerken. Op Oncologie worden de artsen echt wel nieuwsgierig en ik wil ze met een wetenschappelijk onderbouwd dossier tegen de oren slaan. Dus de kleine details allemaal nog eens verifiëren, de laatste testcasus deze week starten om definitief mijn bevindingen te staven aan de voorspelling van de bloedwaarden die ik volgende maandag ga neerzetten in functie van de 'aanpassingen' die ik deze week zal doorvoeren in voornamelijk de bloedchemie. Om de impact op de bloed hematologie nog maar eens een laatste keer in de verf te zetten. Weldoordacht natuurlijk, want ik wil het vertrek van onze reis niet hypothekeren door waarden beneden alle waarden neer te zetten.
Hanne heeft nog een razend drukke week voor de boeg, de afsluiting van het derde kwartaal, met lange werkdagen.
De reis is dus zeker welkom en iets waar we beiden halsreikend naar uitkijken.
Ik heb me ook geëngageerd om een vriend zijn bedrijf te helpen structureren, en belofte maakt schuld. Dus voor we op reis vertrekken wil ik hem graag van voldoende stof voorzien om de tien dagen dat Hanne en ik eventjes 'unplugged' gaan te kunnen overbruggen met alles wat ik hem heb voorbereid. Om er dan na de reis weer keihard tegen aan te gaan. Zowel Hanne in haar job, als ikzelf in de strijd tegen kanker, en alle andere engagementen die ik tegenover mezelf of anderen aanging.
Zo lang al mogelijk hier blijven rondlopen bijvoorbeeld, mijn leven rekken zo lang ik kan, tot vreugde van sommigen en tot ergernis van velen.
Of enkele goede vrienden met raad en daad bijstaan, met de expertise van een gezond boerenverstand met dertig jaar professionele training, en waarbij ik altijd trouw ben gebleven aan de onweerlegbare eenvoudige boerenlogica met pragmatische en dikwijls out of the box thinking aanpak.
De valiezen maken zal iets voor het weekend zijn, En we mogen wel wat meenemen.
12 kg handbagage elk, en nog eens 23 kg cargobagage elk. Acht onderbroeken, een jeans of twee, enkele T shirts, vijf zwembroeken, een paar schoenen, en een paar teenslippers, enkel shorts, drie paar kousen en dan zal ik er wel ongeveer zijn. En een boek of vier. Ik ga moeten zoeken om 12 van de 23 kg bij elkaar te krijgen. In de handbagage voorzie ik mijn laptop, een boek en een halskussen om wat makkelijker te zitten, hangen, liggen op de vlucht. Ook geen 12 kg...
Hanne gaat wat meer moeite hebben om zich aan de gewichten te houden, wat zoals altijd een onbedwingbare glimlach op mijn gezicht gaat toveren, hoezeer ik me ook ga voorbereiden op de spreekwoordelijke pokerface. Haar valies gaat propvol zitten, en drie vierde komt ongedragen maar wel strijkrijp mee terug.
De ervaring heeft me geleerd me niet te bemoeien, want dat komt op vakantie als een boemerang recht in mijn gezicht terug.
'Liefje, dat kleedje dat ik volgens jou niet mee hoefde en niet mee heb, zou nu wel mooi geweest zijn'. Ik ga dat vermijden en haar haar gang laten gaan. Bij overgewicht op haar valies is er nog altijd de mijne om dat te ondervangen. Op de luchthaven, met de nodige stress, maar de mogelijkheid is er wel.
Eens buiten aan de luchthaven van Curaçao is het sleuren met die bagage niet meer mijn probleem, maar een probleem dat ik graag en vakkundig delegeer naar de taxichauffeur en de kruiers van het resort. Uitpakken zal voor mij een kwestie van tien minuutjes zijn, en dan ga ik richting strandbar voor de eerste cocktail. In zwembroek of short.
Wanneer Hanne daar zal arriveren is een beetje een slag in het duister.
Ik gebruik twee laden van de dressoir, al de rest van de kasten en laden is voor Hanne.
Ik ben er al eens geweest, in dat resort, en de kastruimte is best wel impressionant. Ik hoop dat het voldoende zal zijn.
Heel het resort trouwens is impressionant. Je kan het zo zot niet bedenken of het is er. Van voeding, over drankjes, naar facilitaire voorzieningen tot een wondermooie en perfect onderhouden omgeving. En het is allemaal betaald. Dat is het leuke aan die all inclusive VIP formule. Er is niks, maar dan ook niks dat je moet bijbetalen. Tenzij je een gok wil wagen in het casino natuurlijk. Of je een bijkomende massage met happy ending wil boeken in de welness. Het gebruik van de welness is inclusive, de extra massages niet. Begrijpelijk.
Aan elke all inclusive formule zijn ergens grenzen.
We kijken er naar uit. Negen dagen en acht nachten volstrekte ontspanning, waarbij niks moet, alles mag.
Eens langs het wereldbefaamde Mambo beach wandelen, de Salsa avondjes meepakken, eens tot in Willemstad bollen met het pendelbusje (een avontuur op zich, dat pendelbusje) een bezoekje brengen aan het sea life center, en verpleegsterhaaien voederen, er zijn zoveel dingen om te doen.
Ik zou het drie weken kunnen volhouden, maar dat laat de behandeling en het studieprotocol niet toe. Dit is zo ongeveer het maximum dat ik weg kan, een dag of tien, zonder mijn kanker kansen te geven die ik niet wil geven.
Maar iets is beter dan niks.
Het kort af. En zelfs al staan mijn neutrofielen op nul komma nul, dan nog vertrek ik. Deze keer hebben ze me niet liggen.
Maar ik zal er wel voor zorgen dat de neutrofielen een stuk boven het vereiste minimum van achthonderd ligt.
We zijn dan ook intussen een jaar verder, en een jaar kennis ter zake rijker.
Ze weten dat intussen ook wel op Oncologie, en gaan gewoon niet in discussie. Laat het ons zo stellen dat ze me onderhand ook al wel wat 'kennen', en het me echt gunnen.
Hoe dan ook, de kanker reist mee, en ik zal er wat rekening mee moeten houden.
Maar dat is intussen al meer dan anderhalf jaar zo, ik sleep die rotziekte overal mee naar toe, elke minuut van de dag. En laat het intussen niet meer aan mijn hart komen. Ik zit ermee opgescheept, ik moet ermee verder. Er is geen andere weg.
En het heeft me ook wel één en ander bijgebracht, die rotziekte. Op de ene of de andere manier maakte het een beter mens van me. Met meer, veel meer geduld, een stevige portie zelf-relativisme, en een andere, mildere kijk op dingen. Het is alsof de essentie van het bestaan ineens een stuk duidelijker is geworden, en ik ben me daar naar gaan gedragen. In al zijn hardheid heeft de ziekte me gevormd, me levenslessen bijgebracht die die ik zonder deze kanker nooit zou geleerd hebben. Kanker is niet leuk, dat klopt. Je hebt dat liever niet. Kanker ondergraaft je fysieke wel voelen, en begrenst je fysieke mogelijkheden drastisch. Kanker doet je er ineens uiterlijk totaal anders uit zien.
Maar als je dat aanvaard, en de toch wel exuberante nevenwerkingen van de behandeling accepteert, dan kan kanker je ook wel echt dingen leren, en bijbrengen.
Want een huwelijksreisje plannen wordt een complex project, en is ineens niet meer vanzelfsprekend.
Je voelt je dankbaar dat je het nog mag en kan. Ook al moet ik het diepzeeduiken aan me voorbij laten gaan, omdat ik dat fysiek niet meer aankan, en het mijn bloedwaarden ook niet dadelijk het meest goede idee is. Wat niet wegneemt dat ik eens zo meer geniet van mijn vrouw haar verhalen, die deze kans moet grijpen om daar te gaan duiken en me haar avonturen 's avonds bij het live teppanyaki koken uitgebreid zal vertellen. De jaloezie die ik in het begin wel eens voelde van 'ik kan dit niet meer' ben ik allang gepasseerd en heeft plaats gemaakt voor het hartelijk gunnen aan anderen wat ik niet meer kan. Want het kan snel keren, en dan heb je spijt dat je vroeger de kansen niet hebt gegrepen.
Geef mij intussen maar een goed boek en een zetel onder een palmboom, met een lekker drankje op het tafeltje naast mij. Quality time krijgt een diepere betekenis en andere dimensie als je dagen geteld zijn.
Ik ben allang blij dat ik het allemaal nog mag meemaken.
Dikwijls als toeschouwer, soms als participant.
Het is me allemaal ok. Ik leef in geleende tijd, snap je? Elke nieuwe dag is een extraatje, principieel had ik allang, al meer dan een jaar, onder de zoden moeten liggen.
Carpe Diem, elke dag opnieuw, maar wel met een plan, een agenda en actiepunten. Want zo is de aard van dit beestje. Ik weet wat ik morgen op de agenda heb. Wat haalbaar is. Ervaringsdeskundigheid intussen. En in plaats van gefrustreerd rond te lopen over wat ik allemaal niet meer kan, ben ik dankbaar voor de dingen die ik wel nog kan. En dat is best nog wel wat. Misschien wat langzamer als vroeger, fysieke dingen dan toch, maar geestelijk ben ik nog nooit zo helder geweest. De 'testbeeld achter de ogen' dagen niet meegerekend dan. Maar die zijn gelukkig beperkt tot enkele dagen per maand.
Over het algemeen sta ik geestelijk zeer scherp, denk nog sneller dan vroeger, ben heel erg analytisch ingesteld en zie veel makkelijker de causale verbanden tussen- en de coherentie van een geheel.
Een vreemde ervaring, maar door kanker verandert je perceptie, zijn dingen scherper en duidelijker afgetekend, en komt de essentie bovendrijven op de massa futiliteiten waar je 'gezonde' medemensen in verloren lopen.
Zoals je doodergeren dat het mangosapje eventjes op is aan de strandbar. Neem dan een appelsapje, en daarna een mangosapje... Flauw voorbeeld, maar het zegt wel wat. Ik kan een glimlach niet onderdrukken als ik iemand zich zie druk maken in die futiliteiten. Ooit was ik ook zo. Voor de kanker, en da's uiteindelijk nog niet zo heel lang geleden.
Ik probeer alles wat ik vandaag onderneem van de eerste keer goed te doen. Omdat er eigenlijk geen tijd meer is om dingen twee of drie keer over te doen voor het gewenste resultaat bereikt is.
Want een lijk kan niks meer...
Ik probeer mijn ervaringen, en de innerlijke rust die ik vond na de aanvaarding van de diagnose en de gevolgen van die kanker over te dragen aan de mensen rondom mij. In de hoop dat ze dat licht zien branden zonder door de hel van kanker te gaan.
De zin van wat een zinloze ziekte lijkt.
Alles heeft een bestaansreden. Ook kanker. Het is maar wat je er mee doet.
Het kwam op mijn pad. Ik was er niet blij mee, en ben dat nog altijd niet.
Maar ik probeer er wel iets zinvols mee te doen. Voor mezelf, maar vooral voor de mensen rondom mij.
Kanker zet je bruusk met je twee voeten op de grond, en geeft je intussen gelijk een gezond je m'en foutisme mee. Een subtiel evenwicht dat ik zonder de kanker waarschijnlijk nooit had gevonden.
Dus ben ik dankbaar dat ik toch nog op huwelijksreis kan, met de vrouw van mijn leven, en op een moment dat iedereen me allang had opgeven.
Want als ik een jaar geleden tegen de oncologen had verteld dat ik aanstaande dinsdag zou vertrekken naar de Caraïben had me dat ongetwijfeld een collectie smoelen opgeleverd waar het medelijden en het 'Peter, stop dit wishfull thinking' vanaf droop.
We vertrekken, Hanne en ik. Aanstaande dinsdag, om een uur of half vijf in de ochtend, met de wagen, richting Schiphol. Om daar om kwart over acht op te stijgen richting Curaçao.
Waar een wil is, is een weg. Dat heb ik ook geleerd. Altijd wel al geweten hoor, maar sedert de kanker ook echt geleerd.
Ik ga voor het eerst in mijn leven met de vrouw van mijn leven op huwelijksreis. Naar een klein idyllisch eiland, met hagelwitte stranden en azuurblauw helder zeewater. Samen genieten. Van alles wat de vakantie te bieden heeft. Genieten. Ook al ga ik de eerste dagen een bakkes vol aften hebben. Je m'en fou. Chivas 12 years is daarvoor een goed ontsmettingsmiddel. Vrij verkrijgbaar. Inbegrepen.
Als je daar niet dankbaar voor kan zijn ben je een verbitterde azijnpisser.
Azijn dient om ramen te lappen, zuurzoete sausjes te maken, of een saladedressing, niet om zo te drinken en daarna uit te pissen...
Om te lachen heb je een achttal spieren nodig.
Om een zuur gezicht te trekken meer dan dertig...
Vermoeiend...
Er zijn plezantere manieren om moe te worden.
Denk ik dan zo...
Kleincellig kanker. Wat en hoe?
dinsdag 27 september 2016
donderdag 15 september 2016
Dank je wel lezers.
Woensdagnacht, of donderdagochtend, half twee 's nachts.
Het is weer stil in huis. Mijn vrouw Hanne slaapt, na een intense werkdag, die ze afrondde met een work out in de gym, en een glas wijn samen met mij en enkele vrienden in onze stamkroeg.
Ikzelf had een leuke dag vandaag.
Voormiddag heb ik wat opgeruimd, vanmiddag ben ik een stukje gaan eten met een vriend, namiddag heb ik voor een andere vriend wat functieomschrijvingen gemaakt, en een draft uitgewerkt van wat de processflow moet worden van zijn projectenbeheer.
Om een uur of vijf in de namiddag ben ik in de keuken aan de slag gegaan, en heb ik een steak tartaar klaargemaakt. Artisanaal natuurlijk, zonder blender.
Het heeft geen haar gescheeld of ik moest het leven verder zetten met een flink ingekorte linker wijsvinger.
Een steak herleiden tot een steak tartaar met keramisch mes en snijplank houdt wel degelijk risico's in. Er is nog werk aan mijn snijtechnieken.
Maar het was wel lekker, en ik heb mij best geamuseerd met de bereiding.
Na het avondeten op ons terrasje trok mijn vrouw naar de gym, en ik naar de kroeg, waar ze me zou vervoegen na de work out.
Het is wat later geworden dan we hadden voorzien, dus toen we thuiskwamen is Hanne gelijk onder de wol gekropen. Ze is onmiddellijk in slaap gevallen.
Ik voelde me niet vermoeid, totaal niet, en ben achter het klavier gekropen.
En heb eventjes de statistieken van deze blog bekeken. Ik ben daar niet zo mee bezig. Het was eigenlijk maanden geleden dat ik die statistieken nog eens bekeken had.
En ik was toch wel behoorlijk gechoqueerd door wat die statistieken me vandaag vertelden.
1380 pageviews van deze blog alleen vandaag, een verpulverend record.
Met meer dan 8000 regelmatige lezers over heel de wereld.
Ik was me er niet van bewust dat zoveel mensen mijn publicaties lezen.
Het heeft me eventjes stil gemaakt.
En ik heb eventjes moeten slikken. Ik was erdoor aangegrepen.
Wanneer je plots beseft dat je stukjes door zoveel mensen worden gelezen, heb je wel iets van 'wauw'.
Het heeft bij mij ook wel wat vragen losgemaakt.
Wat vinden mensen zo waardevol in mijn schrijfsels?
Waarom deint het lezerspubliek van deze blog zo sterk uit?
Want als ik mijn schrijfsels vergelijk met wat anderen op papier gezet krijgen, dan kan ik alleen maar concluderen dan ik nog heel wat te leren heb.
Aan de andere kant heb ik ergens wel een vermoeden wat mijn lezers boeit.
Ik breng mijn verhaal ongezouten, vanuit mijn hart en 'guts'.
Ik schrijf wat ik voel, hoe ik de dingen zie en beleef.
Eerlijk en zonder franje.
Misschien dat dit mensen wel ergens raakt.
Het zou kunnen.
Of de therapeutische werking die deze blog voor me heeft zou zich misschien wel eens kunnen doorzetten naar mijn lezers.
Mijn klavier is mijn therapeut. Schrijven helpt me dingen plaatsen. Misschien dat mijn lezers, jij dus, in mijn schrijfsels ook wel een stukje therapie vinden.Door mijn andere, controversiële kijk op het leven.
Het blijft wat koffiedik kijken voor me. Ik heb geen sluitend antwoord op bovenstaande vragen.
1380 pageviews op één dag is indrukwekkend voor me.
En geloof me vrij, ik ben niet zo snel onder de indruk van iets.
Ik vind het dan ook gepast om jou, lezer van deze blog, persoonlijk te bedanken.
Omdat je tijd wil maken om deze blog te lezen.
Mijn oprechte en welgemeende dank hiervoor.
Ik heb zo'n ritueel dat ik sedert de diagnose van kanker me elke avond voor het slapengaan opleg. Hoe laat het ook is.
Ik sluit even de ogen, of kijk soms zelfs in de spiegel, letterlijk, en ga een gesprekje met mezelf aan.
En ik stel mezelf vier vragen die ik ook beantwoord.
Wat deed ik goed vandaag?
Wat deed ik vandaag dat ik beter anders had aangepakt?
Wat deed ik vandaag niet wat ik beter wel had gedaan?
Wat deed ik vandaag dat ik beter gewoon niet had gedaan?
Die vier vragen helpen me om de voorbije dag even onder de loep te nemen en helpen me om te groeien en een beter mens te worden.
Ik beantwoord die vragen ook in alle eerlijkheid. Anders strooi ik mezelf zand in de ogen, en ligt er geen leermoment.
Vandaag de eerste vraag beantwoorden brengt een beetje een dilemma.
Wat deed ik goed vandaag?
Met zoveel lezers van deze blog stel ik me de vraag of wat ik schrijf inderdaad goed is. En dan bedoel ik niet vormtechnisch, maar wel inhoudelijk.
Ik wil immers geen onzin brengen voor zo een grote groep mensen.
En ik neem dan ook de vrijheid om op basis van de blogstatistieken te concluderen dat mijn stukjes inhoudelijk wel goed zitten.
Pure logica.
Als wat je schrijft niet raakt, dan laten lezers je blog links liggen, en zouden de statistieken me een downhill verhaal vertellen.
Ik heb mijn kijk op dingen. En die schrijf ik neer.
Ik blijf dat doen.
Voor mezelf.
Voor jullie.
Het is weer stil in huis. Mijn vrouw Hanne slaapt, na een intense werkdag, die ze afrondde met een work out in de gym, en een glas wijn samen met mij en enkele vrienden in onze stamkroeg.
Ikzelf had een leuke dag vandaag.
Voormiddag heb ik wat opgeruimd, vanmiddag ben ik een stukje gaan eten met een vriend, namiddag heb ik voor een andere vriend wat functieomschrijvingen gemaakt, en een draft uitgewerkt van wat de processflow moet worden van zijn projectenbeheer.
Om een uur of vijf in de namiddag ben ik in de keuken aan de slag gegaan, en heb ik een steak tartaar klaargemaakt. Artisanaal natuurlijk, zonder blender.
Het heeft geen haar gescheeld of ik moest het leven verder zetten met een flink ingekorte linker wijsvinger.
Een steak herleiden tot een steak tartaar met keramisch mes en snijplank houdt wel degelijk risico's in. Er is nog werk aan mijn snijtechnieken.
Maar het was wel lekker, en ik heb mij best geamuseerd met de bereiding.
Na het avondeten op ons terrasje trok mijn vrouw naar de gym, en ik naar de kroeg, waar ze me zou vervoegen na de work out.
Het is wat later geworden dan we hadden voorzien, dus toen we thuiskwamen is Hanne gelijk onder de wol gekropen. Ze is onmiddellijk in slaap gevallen.
Ik voelde me niet vermoeid, totaal niet, en ben achter het klavier gekropen.
En heb eventjes de statistieken van deze blog bekeken. Ik ben daar niet zo mee bezig. Het was eigenlijk maanden geleden dat ik die statistieken nog eens bekeken had.
En ik was toch wel behoorlijk gechoqueerd door wat die statistieken me vandaag vertelden.
1380 pageviews van deze blog alleen vandaag, een verpulverend record.
Met meer dan 8000 regelmatige lezers over heel de wereld.
Ik was me er niet van bewust dat zoveel mensen mijn publicaties lezen.
Het heeft me eventjes stil gemaakt.
En ik heb eventjes moeten slikken. Ik was erdoor aangegrepen.
Wanneer je plots beseft dat je stukjes door zoveel mensen worden gelezen, heb je wel iets van 'wauw'.
Het heeft bij mij ook wel wat vragen losgemaakt.
Wat vinden mensen zo waardevol in mijn schrijfsels?
Waarom deint het lezerspubliek van deze blog zo sterk uit?
Want als ik mijn schrijfsels vergelijk met wat anderen op papier gezet krijgen, dan kan ik alleen maar concluderen dan ik nog heel wat te leren heb.
Aan de andere kant heb ik ergens wel een vermoeden wat mijn lezers boeit.
Ik breng mijn verhaal ongezouten, vanuit mijn hart en 'guts'.
Ik schrijf wat ik voel, hoe ik de dingen zie en beleef.
Eerlijk en zonder franje.
Misschien dat dit mensen wel ergens raakt.
Het zou kunnen.
Of de therapeutische werking die deze blog voor me heeft zou zich misschien wel eens kunnen doorzetten naar mijn lezers.
Mijn klavier is mijn therapeut. Schrijven helpt me dingen plaatsen. Misschien dat mijn lezers, jij dus, in mijn schrijfsels ook wel een stukje therapie vinden.Door mijn andere, controversiële kijk op het leven.
Het blijft wat koffiedik kijken voor me. Ik heb geen sluitend antwoord op bovenstaande vragen.
1380 pageviews op één dag is indrukwekkend voor me.
En geloof me vrij, ik ben niet zo snel onder de indruk van iets.
Ik vind het dan ook gepast om jou, lezer van deze blog, persoonlijk te bedanken.
Omdat je tijd wil maken om deze blog te lezen.
Mijn oprechte en welgemeende dank hiervoor.
Ik heb zo'n ritueel dat ik sedert de diagnose van kanker me elke avond voor het slapengaan opleg. Hoe laat het ook is.
Ik sluit even de ogen, of kijk soms zelfs in de spiegel, letterlijk, en ga een gesprekje met mezelf aan.
En ik stel mezelf vier vragen die ik ook beantwoord.
Wat deed ik goed vandaag?
Wat deed ik vandaag dat ik beter anders had aangepakt?
Wat deed ik vandaag niet wat ik beter wel had gedaan?
Wat deed ik vandaag dat ik beter gewoon niet had gedaan?
Die vier vragen helpen me om de voorbije dag even onder de loep te nemen en helpen me om te groeien en een beter mens te worden.
Ik beantwoord die vragen ook in alle eerlijkheid. Anders strooi ik mezelf zand in de ogen, en ligt er geen leermoment.
Vandaag de eerste vraag beantwoorden brengt een beetje een dilemma.
Wat deed ik goed vandaag?
Met zoveel lezers van deze blog stel ik me de vraag of wat ik schrijf inderdaad goed is. En dan bedoel ik niet vormtechnisch, maar wel inhoudelijk.
Ik wil immers geen onzin brengen voor zo een grote groep mensen.
En ik neem dan ook de vrijheid om op basis van de blogstatistieken te concluderen dat mijn stukjes inhoudelijk wel goed zitten.
Pure logica.
Als wat je schrijft niet raakt, dan laten lezers je blog links liggen, en zouden de statistieken me een downhill verhaal vertellen.
Ik heb mijn kijk op dingen. En die schrijf ik neer.
Ik blijf dat doen.
Voor mezelf.
Voor jullie.
woensdag 14 september 2016
Eventjes spannend.
Woensdag 14 september 2016, kwart over één 's nachts.
Er zijn zo van die terugkerende dingen in het leven, constanten die je leven structuur geven. Op tijd opstaan om aan een nieuwe werkdag te beginnen, of in het weekend eens niet opstaan omdat het weekend is en voor de meesten onder ons dit vrije tijd betekent.
Iedereen heeft van die bakens in het leven, die een bepaald stramien determineren wat ons een gevoel van zekerheid geeft.
Voor mijn schoonbroer bijvoorbeeld is dit onder andere op zaterdag als eerste opstaan, voor mijn zus alive and kicking is, naar beneden sluipen, een verkwikkende douche nemen, en dan naar de bakker trekken om een ontbijt op tafel te zetten waarmee je alleen maar goedgezind aan het weekend kan beginnen.
Voor mijn vrouw is dit onder meer elke werkdag ten laatste rond een uur of half elf 's avonds onder de wol kruipen, om de ochtend erna uitgerust op te kunnen staan om kwart over zes en aan een nieuwe werkdag te beginnen.
Voor mij liggen er ook van die constanten.
Van die dingen die steeds terugkeren en waar je niet altijd even blij mee bent, maar die wel een zekere continuïteit geven aan je leven, een soort van houvast.
Chemo op maandag bijvoorbeeld. Het is altijd een beetje dubbel. Je wil die chemo eigenlijk niet hebben, omdat het je algemeen welzijn toch wel ondergraaft, maar als je de chemo niet mag hebben omdat je bijvoorbeeld een flink ontstoken mond hebt, dan steekt ineens een lichte vorm van paniek de kop op.
Het vertrouwde ritme wordt doorbroken, de gevestigde zekerheden zijn plots niet zo zeker meer.
Het doorbreken van een repetitief terugkerend patroon doet wel wat met een mens.
We willen allemaal de sleur uit ons leven mijden, maar als plots die sleur wordt doorbroken is het paniek.
Contradictio in terminis heet dat in het Latijn. Als je het even filosofisch wil benaderen natuurlijk.
De voorbije anderhalve week waren voor mij een aaneenschakeling van contradictio in terminis.
De boodschap vorige week maandag dat ik de chemo niet kreeg, omdat mijn mond te ontstoken was en dit eerst moest genezen bijvoorbeeld. Chemo krijgen zou op dat ogenblik de mondontsteking alleen maar uitvergroten, eventueel zelfs andere, nog meer gemene ontstekingen kunnen uitlokken, wat wat me alleen maar verder van huis zou brengen.
Enerzijds was ik wel opgelucht dat de chemo niet werd gegeven, maar aan de andere kant was er ook zoiets van 'ik heb die chemo wel nodig, als ik tegen die kanker wil blijven vechten'.
Ik voelde me als een soldaat aan het front, met een geweer, maar zonder munitie. Of met munitie, maar zonder geweer.
Beide situaties brengen je dan als soldaat in een lastig parket. Zonder munitie kan je proberen om met de kolf van je geweer je vijand de kop in te slaan, maar als je vijand over én een geweer én munitie beschikt zijn je overwinningskansen zo goed als nul.
Zonder geweer kan je proberen met je munitie naar de vijand te gooien, maar uiteindelijk zet dat ook geen zoden aan de dijk en ga je het pleit verliezen.
Je kan je ook terugtrekken in je loopgraaf, en wachten tot de bevoorrading hopelijk voor het te laat is je voorziet van het nodige om terug strijdvaardig het oorlogstoneel te betreden.
Uiteindelijk is dat zelfs de meest verstandige keuze.
In de hoop dat die loopgraaf niet je graf gaat betekenen wanneer de bevoorrading te lang op zich laat wachten.
Ik werd dus vorige week maandag terug naar huis gestuurd, zonder chemo omdat mijn mond te ontstoken was.
Er werd een stramien doorbroken wat eigenlijk al gedurende 14 maanden mijn houvast was.
Op het ogenblik dat je een gegeven als vanzelfsprekend gaat beschouwen gebeurt er wel iets dat je terugfluit, en je zegt dat niets vanzelfsprekend is, en er geen verworven rechten bestaan.
De chemo werd dus uitgesteld. Tot maximaal donderdag volgend.
Als dan de mondontsteking onvoldoende genezen zou zijn drong zich een permanente dosisverlaging van de chemo op.
Slik.
Om de vergelijking met de soldaat even door te trekken komt het eigenlijk er op neer dat de bevoorrading langs komt en je tien kogels geeft om dertig vijanden om te leggen.
Terwijl je er eigenlijk vijftig nodig hebt, wat je schiet er al wel eens naast, of hier en daar zit er een taaie vijand tussen die niet van bij de eerste voltreffer neer gaat. Waar je een kogel of drie moet in pompen voor hij blijft liggen.
Donderdag was dus eigenlijk een spannend moment voor me.
Krijg ik kogels?
En als ik kogels krijg, krijg ik er dan genoeg?
Uiteindelijk bleek de mondinfectie donderdag voldoende genezen te zijn om de uitgestelde chemo zonder dosisaanpassing te geven, en drong er zich ook geen blijvende dosisaanpassing op.
Ik mocht dus de volle lading vergif terug krijgen.
Dubbel gevoel, want die volle lading maakt je terug ziek, maar zonder die volle lading geef je de kanker kansen die je liever niet geeft.
Het weekend, wat normaal gezien, bij een chemo op maandag dient om terug een beetje 'op je plooien' te komen, was voorbije weekend eigenlijk vechten tegen alle bijwerkingen.
De chemo werd drie dagen later gegeven, dus de uitwerking ervan kwam ook drie dagen later.
In't weekend.
Normaal gezien ben ik op donderdag compleet gaar gekookt, maar heeft niemand daar last van, want mijn vrouw is de deur uit voor ik wakker ben, en komt pas thuis als ik die nevenwerkingen grotendeels heb uitgezweet.
In het weekend ligt dat anders. Op zaterdag is mijn vrouw thuis, de hele dag, en heb ik dan maar de bijwerkingen zo goed en zo kwaad als ik kon onder de mat geschoven.
Omdat ik haar weekend niet wou verprutsen.
En ben ik naar een trouwfeest van goede vrienden geweest, omdat ik er per sé bij wou zijn. Ondanks de chemo die me probeerde onderuit te halen.
En met dank aan mijn vrouw trouwens, die op zondag een lazy Sunday instak, niet zozeer omdat zij daar nood aan had, maar omdat ze zag dat ik er nood aan had.
Daar alleen kan liefde wonen
daar alleen is het leven goed
waar men vrij en ongedwongen
alles voor elkander doet
Die lazy Sunday heeft me de ruimte gegeven om voldoende te recupereren tegen maandag. Niet omdat er terug een chemo lag aan te komen, want deze week is mijn 'rustweek'.
Wel om bloedwaarden neer te zetten die de staf van oncologie, de prof en zijn adjudanten dus, een beetje met verbazing achter lieten.
Geen permanente dosisverlaging voor deze jongen. Tegen alle verwachtingen in. Genoeg kogels voor mij om de vijand terug een tijdje op afstand te houden.
Voorbije maandag stond er ook terug een CT scan op de agenda. Na twee maanden.
Het blijft telkens spannend.
Ook al voelde ik wel aan elke lichaamsvezel dat de kanker 'slaapt' dank zij de chemo, je bent maar gerustgesteld als de beeldvorming dat ook bevestigt.
Met andere woorden, als de resultaten van de scan je vermoeden bevestigen.
Ik kreeg dus goed nieuws.
"Alles onder controle" was de boodschap.
Met een kanker die door de band genomen je op vijf maanden velt, is dit anderhalf jaar na de diagnose inderdaad goed nieuws.
Aan de andere kant zou echt goed nieuws betekenen dat ze niks meer terugvinden van de tumors, nergens, en ze me zouden vertellen dat ik op miraculeuze wijze genezen zou zijn.
Utopia, ik weet het.
Het blijft tijd kopen.
Met dit 'goede nieuws' heb ik mezelf weer twee maanden extra gekocht.
Dat is niet niks als je weet dat ik volgens de statistieken eigenlijk al meer dan een jaar voltooid verleden tijd had moeten zijn.
Twee maanden extra.
Weeral.
Daar wil ik nu eens echt een constante van maken.
Ook al begint de behandeling zijn tol te eisen.
Omdat de mondontstekingen elke chemo cyclus manifester worden, en me telkens veroordelen om stilzwijgend een dikke week te overleven op melk, omdat praten of kauwen te pijnlijk is.
Of omdat stappen lastiger wordt. Want de zenuwen in mijn voeten zijn eraan, en de zenuwen in mijn onderbenen beginnen het stilletjes aan ook op te geven.
Stappen is voor mij vandaag een beetje als de cake walk doen, een kermisattractie uit mijn jeugd die een loopje neemt met je evenwichtsgevoel, en je contact tussen voeten en ondergrond.
Of omdat elk onbeduidend buikkrampje me naar een toilet dwingt, gewoon omdat ik niet meer kan vertrouwen op mijn 'buikgevoel'. Wat aanvoelt als 'een windje lossen', kan me bij een inschattingsfout naar de douche leiden, en daarna naar de kleerkast.
Dus zoeken we bij die 'krampen' een toilet op waar een inschattingsfout kan doorgespoeld worden.
Maar ik neem het er allemaal graag bij.
Omdat ik intussen al meer dan een jaar langer dan de statistieken me gegeven hebben elke ochtend wakker word.
Om te kunnen zien dat het zonnetje schijnt, of dat het regent, of sneeuwt, of stormt, of onweert.
Ook een constante in ieders leven. De zon komt op, en brengt licht na duisternis.
Elke dag opnieuw.
Vanzelfsprekend?
Niet voor mij.
Maar ik ben wel dankbaar.
Voor elke ochtend dat ik wakker word.
Omdat elke dag opnieuw een geschenk is.
Zelf met een mond vol aften, zwemvliesvoeten en buikkrampen tegelijk.
En een zwaard van Damocles onder de vorm van een agressieve longkanker boven mijn hoofd.
Ik sta op met een lach.
Omdat ik opnieuw mocht wakker worden, en het daglicht mocht zien.
En omdat een dag niet gelachen een verloren dag is.
Ik heb geen dagen genoeg meer om ergens een dag verloren te laten gaan.
Niemand trouwens.
Elke dag kan je laatste zijn.
Dat is voor iedereen zo.
Ik leef elke dag alsof het mijn laatste is.
Het zou zo maar eens de laatste moeten zijn...
Er zijn zo van die terugkerende dingen in het leven, constanten die je leven structuur geven. Op tijd opstaan om aan een nieuwe werkdag te beginnen, of in het weekend eens niet opstaan omdat het weekend is en voor de meesten onder ons dit vrije tijd betekent.
Iedereen heeft van die bakens in het leven, die een bepaald stramien determineren wat ons een gevoel van zekerheid geeft.
Voor mijn schoonbroer bijvoorbeeld is dit onder andere op zaterdag als eerste opstaan, voor mijn zus alive and kicking is, naar beneden sluipen, een verkwikkende douche nemen, en dan naar de bakker trekken om een ontbijt op tafel te zetten waarmee je alleen maar goedgezind aan het weekend kan beginnen.
Voor mijn vrouw is dit onder meer elke werkdag ten laatste rond een uur of half elf 's avonds onder de wol kruipen, om de ochtend erna uitgerust op te kunnen staan om kwart over zes en aan een nieuwe werkdag te beginnen.
Voor mij liggen er ook van die constanten.
Van die dingen die steeds terugkeren en waar je niet altijd even blij mee bent, maar die wel een zekere continuïteit geven aan je leven, een soort van houvast.
Chemo op maandag bijvoorbeeld. Het is altijd een beetje dubbel. Je wil die chemo eigenlijk niet hebben, omdat het je algemeen welzijn toch wel ondergraaft, maar als je de chemo niet mag hebben omdat je bijvoorbeeld een flink ontstoken mond hebt, dan steekt ineens een lichte vorm van paniek de kop op.
Het vertrouwde ritme wordt doorbroken, de gevestigde zekerheden zijn plots niet zo zeker meer.
Het doorbreken van een repetitief terugkerend patroon doet wel wat met een mens.
We willen allemaal de sleur uit ons leven mijden, maar als plots die sleur wordt doorbroken is het paniek.
Contradictio in terminis heet dat in het Latijn. Als je het even filosofisch wil benaderen natuurlijk.
De voorbije anderhalve week waren voor mij een aaneenschakeling van contradictio in terminis.
De boodschap vorige week maandag dat ik de chemo niet kreeg, omdat mijn mond te ontstoken was en dit eerst moest genezen bijvoorbeeld. Chemo krijgen zou op dat ogenblik de mondontsteking alleen maar uitvergroten, eventueel zelfs andere, nog meer gemene ontstekingen kunnen uitlokken, wat wat me alleen maar verder van huis zou brengen.
Enerzijds was ik wel opgelucht dat de chemo niet werd gegeven, maar aan de andere kant was er ook zoiets van 'ik heb die chemo wel nodig, als ik tegen die kanker wil blijven vechten'.
Ik voelde me als een soldaat aan het front, met een geweer, maar zonder munitie. Of met munitie, maar zonder geweer.
Beide situaties brengen je dan als soldaat in een lastig parket. Zonder munitie kan je proberen om met de kolf van je geweer je vijand de kop in te slaan, maar als je vijand over én een geweer én munitie beschikt zijn je overwinningskansen zo goed als nul.
Zonder geweer kan je proberen met je munitie naar de vijand te gooien, maar uiteindelijk zet dat ook geen zoden aan de dijk en ga je het pleit verliezen.
Je kan je ook terugtrekken in je loopgraaf, en wachten tot de bevoorrading hopelijk voor het te laat is je voorziet van het nodige om terug strijdvaardig het oorlogstoneel te betreden.
Uiteindelijk is dat zelfs de meest verstandige keuze.
In de hoop dat die loopgraaf niet je graf gaat betekenen wanneer de bevoorrading te lang op zich laat wachten.
Ik werd dus vorige week maandag terug naar huis gestuurd, zonder chemo omdat mijn mond te ontstoken was.
Er werd een stramien doorbroken wat eigenlijk al gedurende 14 maanden mijn houvast was.
Op het ogenblik dat je een gegeven als vanzelfsprekend gaat beschouwen gebeurt er wel iets dat je terugfluit, en je zegt dat niets vanzelfsprekend is, en er geen verworven rechten bestaan.
De chemo werd dus uitgesteld. Tot maximaal donderdag volgend.
Als dan de mondontsteking onvoldoende genezen zou zijn drong zich een permanente dosisverlaging van de chemo op.
Slik.
Om de vergelijking met de soldaat even door te trekken komt het eigenlijk er op neer dat de bevoorrading langs komt en je tien kogels geeft om dertig vijanden om te leggen.
Terwijl je er eigenlijk vijftig nodig hebt, wat je schiet er al wel eens naast, of hier en daar zit er een taaie vijand tussen die niet van bij de eerste voltreffer neer gaat. Waar je een kogel of drie moet in pompen voor hij blijft liggen.
Donderdag was dus eigenlijk een spannend moment voor me.
Krijg ik kogels?
En als ik kogels krijg, krijg ik er dan genoeg?
Uiteindelijk bleek de mondinfectie donderdag voldoende genezen te zijn om de uitgestelde chemo zonder dosisaanpassing te geven, en drong er zich ook geen blijvende dosisaanpassing op.
Ik mocht dus de volle lading vergif terug krijgen.
Dubbel gevoel, want die volle lading maakt je terug ziek, maar zonder die volle lading geef je de kanker kansen die je liever niet geeft.
Het weekend, wat normaal gezien, bij een chemo op maandag dient om terug een beetje 'op je plooien' te komen, was voorbije weekend eigenlijk vechten tegen alle bijwerkingen.
De chemo werd drie dagen later gegeven, dus de uitwerking ervan kwam ook drie dagen later.
In't weekend.
Normaal gezien ben ik op donderdag compleet gaar gekookt, maar heeft niemand daar last van, want mijn vrouw is de deur uit voor ik wakker ben, en komt pas thuis als ik die nevenwerkingen grotendeels heb uitgezweet.
In het weekend ligt dat anders. Op zaterdag is mijn vrouw thuis, de hele dag, en heb ik dan maar de bijwerkingen zo goed en zo kwaad als ik kon onder de mat geschoven.
Omdat ik haar weekend niet wou verprutsen.
En ben ik naar een trouwfeest van goede vrienden geweest, omdat ik er per sé bij wou zijn. Ondanks de chemo die me probeerde onderuit te halen.
En met dank aan mijn vrouw trouwens, die op zondag een lazy Sunday instak, niet zozeer omdat zij daar nood aan had, maar omdat ze zag dat ik er nood aan had.
Daar alleen kan liefde wonen
daar alleen is het leven goed
waar men vrij en ongedwongen
alles voor elkander doet
Die lazy Sunday heeft me de ruimte gegeven om voldoende te recupereren tegen maandag. Niet omdat er terug een chemo lag aan te komen, want deze week is mijn 'rustweek'.
Wel om bloedwaarden neer te zetten die de staf van oncologie, de prof en zijn adjudanten dus, een beetje met verbazing achter lieten.
Geen permanente dosisverlaging voor deze jongen. Tegen alle verwachtingen in. Genoeg kogels voor mij om de vijand terug een tijdje op afstand te houden.
Voorbije maandag stond er ook terug een CT scan op de agenda. Na twee maanden.
Het blijft telkens spannend.
Ook al voelde ik wel aan elke lichaamsvezel dat de kanker 'slaapt' dank zij de chemo, je bent maar gerustgesteld als de beeldvorming dat ook bevestigt.
Met andere woorden, als de resultaten van de scan je vermoeden bevestigen.
Ik kreeg dus goed nieuws.
"Alles onder controle" was de boodschap.
Met een kanker die door de band genomen je op vijf maanden velt, is dit anderhalf jaar na de diagnose inderdaad goed nieuws.
Aan de andere kant zou echt goed nieuws betekenen dat ze niks meer terugvinden van de tumors, nergens, en ze me zouden vertellen dat ik op miraculeuze wijze genezen zou zijn.
Utopia, ik weet het.
Het blijft tijd kopen.
Met dit 'goede nieuws' heb ik mezelf weer twee maanden extra gekocht.
Dat is niet niks als je weet dat ik volgens de statistieken eigenlijk al meer dan een jaar voltooid verleden tijd had moeten zijn.
Twee maanden extra.
Weeral.
Daar wil ik nu eens echt een constante van maken.
Ook al begint de behandeling zijn tol te eisen.
Omdat de mondontstekingen elke chemo cyclus manifester worden, en me telkens veroordelen om stilzwijgend een dikke week te overleven op melk, omdat praten of kauwen te pijnlijk is.
Of omdat stappen lastiger wordt. Want de zenuwen in mijn voeten zijn eraan, en de zenuwen in mijn onderbenen beginnen het stilletjes aan ook op te geven.
Stappen is voor mij vandaag een beetje als de cake walk doen, een kermisattractie uit mijn jeugd die een loopje neemt met je evenwichtsgevoel, en je contact tussen voeten en ondergrond.
Of omdat elk onbeduidend buikkrampje me naar een toilet dwingt, gewoon omdat ik niet meer kan vertrouwen op mijn 'buikgevoel'. Wat aanvoelt als 'een windje lossen', kan me bij een inschattingsfout naar de douche leiden, en daarna naar de kleerkast.
Dus zoeken we bij die 'krampen' een toilet op waar een inschattingsfout kan doorgespoeld worden.
Maar ik neem het er allemaal graag bij.
Omdat ik intussen al meer dan een jaar langer dan de statistieken me gegeven hebben elke ochtend wakker word.
Om te kunnen zien dat het zonnetje schijnt, of dat het regent, of sneeuwt, of stormt, of onweert.
Ook een constante in ieders leven. De zon komt op, en brengt licht na duisternis.
Elke dag opnieuw.
Vanzelfsprekend?
Niet voor mij.
Maar ik ben wel dankbaar.
Voor elke ochtend dat ik wakker word.
Omdat elke dag opnieuw een geschenk is.
Zelf met een mond vol aften, zwemvliesvoeten en buikkrampen tegelijk.
En een zwaard van Damocles onder de vorm van een agressieve longkanker boven mijn hoofd.
Ik sta op met een lach.
Omdat ik opnieuw mocht wakker worden, en het daglicht mocht zien.
En omdat een dag niet gelachen een verloren dag is.
Ik heb geen dagen genoeg meer om ergens een dag verloren te laten gaan.
Niemand trouwens.
Elke dag kan je laatste zijn.
Dat is voor iedereen zo.
Ik leef elke dag alsof het mijn laatste is.
Het zou zo maar eens de laatste moeten zijn...
maandag 5 september 2016
Back to life, back to reality...
Zondagnacht 4 september 2016, 00.30 uur.
Er zijn zo van die constanten in een mens zijn of haar leven. Dingen die steeds weer terugkomen. Zoals de inspiratie die mij telkens op onzalige nachtelijke uren overkomt, als bijna iedereen slaapt, en het stilletjes is.
Al is er voor de slapeloosheid in mijn geval een duidelijk omlijnd wetenschappelijk kader.
De cortisone die ik wekelijks op zondagavond en maandagochtend neem als voorbereiding op de aankomende chemo is met voorsprong de schuldige in deze.
De medicatie zorgt ervoor dat de kansen van misselijkheid na het toedienen van de chemo aanzienlijk verkleinen, maar geeft ook een energie boost vanjewelste.
Het is een beetje dubbel. Kiezen uit twee slechten. Je kiest dan maar voor de minst slechte.
De medicatie niet nemen leidt gegarandeerd tot een week mottig rondlopen, compleet met overgeven en buikloop.
Het alternatief is twee nachten rechtop zitten, klaarwakker, letterlijk de rit uitzwetend.
Maar is nog altijd aantrekkelijker dan letterlijk kotsmisselijk zijn.
Desalniettemin waren de voorbije twee weken er twee om in te kaderen.
Om te beginnen ben ik getrouwd. Op zich al een happening van formaat voor ieder die trouwt, maar voor mij toch wel sterk uitvergroot.
Ik trouwde immers met mijn beste vriendin, mijn soulmate, mijn alles en toeverlaat.
"Dat hoort zo", zie ik er velen nu als bedenking naast plaatsen, en ze hebben gelijk. Al ligt het in mijn geval toch wel enigszins anders. Om te trouwen moet je met twee zijn. En moet je met twee trouwen met je beste vriend/vriendin en soulmate, je alles en toeverlaat.
Klopt.
Maar als je beste vriend een kwarteeuw ouder is, kanker heeft en hiervoor een zware behandeling ondergaat die de levenskwaliteit, ook de gezamenlijke levenskwaliteit, op duizend en één vlakken ondergraaft, dan ligt de keuze om te huwen toch wel niet zo voor de hand. En dan bedoel ik de keuze die Hanne maakte.
Ons huwelijk werd bezegeld met een geweldig trouwfeest, waarbij Hanne en ik omgeven waren van allemaal familie en goede vrienden die er samen een onvergetelijke avond van maakten.
Aangevuld met een mini honeymoon, een roadtrip van vier dagen en drie nachten in de zuiverste betekenis van wat een roadtrip wil duiden.
Bonny and Clyde, zonder het criminele kantje.
De voorbije week bracht ook een milestone.
Er ligt terug een opdracht voor me.
Business modelling, waarbij de voorbije achtentwintig jaren ervaring nog eens omgezet worden in doelgerichte bedrijfsprocessen en een zorgsysteem dat een quasi ongebreidelde groei borgt, consolideert en documenteert. Zodat die groei niet gaat hypothekeren.
Het geeft me na anderhalf jaar op de bank zitten terug de added value die iedereen nodig heeft het leven.
Het gevoel van nuttig te zijn, in plaats van alleen maar een issue dat de maatschappij en ziekteverzekering sloten geld kost.
Het is dan ook nog eens een opdracht die ik aankan, zonder de voor mij nu letterlijk dodelijke stress van een technisch project dat tegen een deadline aan hokt.
Waarvoor dank Dave.
En Stijn, die de zakelijke kant van deze opdracht aflijnt voor me.
Deze week bracht me ook een andere reminder.
De 'back to life, back to reality' wake up call.
Hoe graag ik ook de kanker en de behandeling ervan naar de achtergrond wil dringen, voor mezelf en voor mijn omgeving, er zijn zo van die momenten dat ik daar toch hard aan herinnerd wordt.
Door bloedsuikerwaarden die een ingrijpen van mij opdrongen, gewoon omdat ze te gevaarlijk hoog kwamen, en een ketoacidose in de steigers aan het zetten waren, wat alleen kan gekeerd worden met het toedienen van insuline.
Het is een beetje kwaad met kwaad bestrijden, want insuline voorkomt dan wel de ketoacidose, die onbehandeld dodelijk kan zijn. Maar diezelfde insuline met de daarmee gepaard gaande dalende bloedsuikerwaarden grijpt in op de werking van de cytostatica die dan weer noodzakelijk zijn voor de behandeling van de kanker. En die eveneens onbehandeld dodelijk is.
Het is dus dansen op een slappe koord.
De chemo zag zijn barrière naar de gezonde weefsels opgeheven, en sloeg toe. Met als gevolg een zeer pijnlijke uitbraak van aftose in de mond, vochtophopingen in de onderbenen en voeten, en buikloop.
En vermoedelijk een behoorlijke daling van de neutrofielen in het bloed, al zal de bloedanalyse van morgen hierover pas uitsluitsel kunnen geven.
Morgen zullen we ook eens overleggen met het oncologisch team hoe we de koord weer strak gaan trekken. Want geef nu toe, dansen op een slappe koord is vermoeiend, en heeft geen enkele acrobatische toegevoegde waarde.
Er zijn zo van die constanten in een mens zijn of haar leven. Dingen die steeds weer terugkomen. Zoals de inspiratie die mij telkens op onzalige nachtelijke uren overkomt, als bijna iedereen slaapt, en het stilletjes is.
Al is er voor de slapeloosheid in mijn geval een duidelijk omlijnd wetenschappelijk kader.
De cortisone die ik wekelijks op zondagavond en maandagochtend neem als voorbereiding op de aankomende chemo is met voorsprong de schuldige in deze.
De medicatie zorgt ervoor dat de kansen van misselijkheid na het toedienen van de chemo aanzienlijk verkleinen, maar geeft ook een energie boost vanjewelste.
Het is een beetje dubbel. Kiezen uit twee slechten. Je kiest dan maar voor de minst slechte.
De medicatie niet nemen leidt gegarandeerd tot een week mottig rondlopen, compleet met overgeven en buikloop.
Het alternatief is twee nachten rechtop zitten, klaarwakker, letterlijk de rit uitzwetend.
Maar is nog altijd aantrekkelijker dan letterlijk kotsmisselijk zijn.
Desalniettemin waren de voorbije twee weken er twee om in te kaderen.
Om te beginnen ben ik getrouwd. Op zich al een happening van formaat voor ieder die trouwt, maar voor mij toch wel sterk uitvergroot.
Ik trouwde immers met mijn beste vriendin, mijn soulmate, mijn alles en toeverlaat.
"Dat hoort zo", zie ik er velen nu als bedenking naast plaatsen, en ze hebben gelijk. Al ligt het in mijn geval toch wel enigszins anders. Om te trouwen moet je met twee zijn. En moet je met twee trouwen met je beste vriend/vriendin en soulmate, je alles en toeverlaat.
Klopt.
Maar als je beste vriend een kwarteeuw ouder is, kanker heeft en hiervoor een zware behandeling ondergaat die de levenskwaliteit, ook de gezamenlijke levenskwaliteit, op duizend en één vlakken ondergraaft, dan ligt de keuze om te huwen toch wel niet zo voor de hand. En dan bedoel ik de keuze die Hanne maakte.
Ons huwelijk werd bezegeld met een geweldig trouwfeest, waarbij Hanne en ik omgeven waren van allemaal familie en goede vrienden die er samen een onvergetelijke avond van maakten.
Aangevuld met een mini honeymoon, een roadtrip van vier dagen en drie nachten in de zuiverste betekenis van wat een roadtrip wil duiden.
Bonny and Clyde, zonder het criminele kantje.
De voorbije week bracht ook een milestone.
Er ligt terug een opdracht voor me.
Business modelling, waarbij de voorbije achtentwintig jaren ervaring nog eens omgezet worden in doelgerichte bedrijfsprocessen en een zorgsysteem dat een quasi ongebreidelde groei borgt, consolideert en documenteert. Zodat die groei niet gaat hypothekeren.
Het geeft me na anderhalf jaar op de bank zitten terug de added value die iedereen nodig heeft het leven.
Het gevoel van nuttig te zijn, in plaats van alleen maar een issue dat de maatschappij en ziekteverzekering sloten geld kost.
Het is dan ook nog eens een opdracht die ik aankan, zonder de voor mij nu letterlijk dodelijke stress van een technisch project dat tegen een deadline aan hokt.
Waarvoor dank Dave.
En Stijn, die de zakelijke kant van deze opdracht aflijnt voor me.
Deze week bracht me ook een andere reminder.
De 'back to life, back to reality' wake up call.
Hoe graag ik ook de kanker en de behandeling ervan naar de achtergrond wil dringen, voor mezelf en voor mijn omgeving, er zijn zo van die momenten dat ik daar toch hard aan herinnerd wordt.
Door bloedsuikerwaarden die een ingrijpen van mij opdrongen, gewoon omdat ze te gevaarlijk hoog kwamen, en een ketoacidose in de steigers aan het zetten waren, wat alleen kan gekeerd worden met het toedienen van insuline.
Het is een beetje kwaad met kwaad bestrijden, want insuline voorkomt dan wel de ketoacidose, die onbehandeld dodelijk kan zijn. Maar diezelfde insuline met de daarmee gepaard gaande dalende bloedsuikerwaarden grijpt in op de werking van de cytostatica die dan weer noodzakelijk zijn voor de behandeling van de kanker. En die eveneens onbehandeld dodelijk is.
Het is dus dansen op een slappe koord.
De chemo zag zijn barrière naar de gezonde weefsels opgeheven, en sloeg toe. Met als gevolg een zeer pijnlijke uitbraak van aftose in de mond, vochtophopingen in de onderbenen en voeten, en buikloop.
En vermoedelijk een behoorlijke daling van de neutrofielen in het bloed, al zal de bloedanalyse van morgen hierover pas uitsluitsel kunnen geven.
Morgen zullen we ook eens overleggen met het oncologisch team hoe we de koord weer strak gaan trekken. Want geef nu toe, dansen op een slappe koord is vermoeiend, en heeft geen enkele acrobatische toegevoegde waarde.
woensdag 31 augustus 2016
De huwelijksgeloften en speeches van ons huwelijk.
Dinsdagnacht, Kwart voor twee. Weer klaar wakker.
Het leek me een goed idee om de teksten van mijn huwelijksgeloften aan Hanne en het videofilmpje van de livestream van ons huwelijk ook hier te posten. Samen met de tekst van mijn speech, en de videofilmpjes van de verschillende speeches op ons avondfeest.Ik wens jullie veel lees en kijkplezier.
Huwelijksgeloften van Peter:
Veel kijkplezier deze keer...
Het leek me een goed idee om de teksten van mijn huwelijksgeloften aan Hanne en het videofilmpje van de livestream van ons huwelijk ook hier te posten. Samen met de tekst van mijn speech, en de videofilmpjes van de verschillende speeches op ons avondfeest.Ik wens jullie veel lees en kijkplezier.
Huwelijksgeloften van Peter:
Hanne,
Ik aanvaard
je als mijn vrouw, en ik beloof je trouw te blijven in goede en kwade dagen, in
armoede en rijkdom, in ziekte en gezondheid.
Ik wil en
zal je liefhebben, en je waarderen, alle dagen van ons leven.
Ik zal alles
wat in mijn vermogen ligt aanwenden om je gelukkig te maken en te houden, elke
dag opnieuw.
Ik wil met
je samen zijn tot aan mijn definitieve zonsondergang.
Ik wil je
steun en toeverlaat zijn, jouw man bij wie je met alles terecht kan.
Ik wil samen
met je lachen, samen met je verdrietig zijn, en je troosten als verdriet deel
uit maakt van ons leven.
Ik wil je
helpen met je te ontplooien, je te tillen naar het hoogste niveau, in mens
zijn.
Ik wil het
beste in je bovenhalen, je spiegel zijn, je helpen in alles wat je onderneemt.
En ik beloof
je volgende plechtig.
Ik zal nooit
zatte vrienden mee naar huis brengen, en als dat dan toch eens gebeurt, zal ik
de friteuse van onze snacks opruimen voor je wakker bent.
Ik zal nooit
jouw favoriete drankjes aan hen serveren, die zijn enkel en alleen voor jou.
Ik zal je
nooit doelbewust raken of kwetsen, en als dat toch eens zou gebeuren, uit
onwetendheid of dommigheid, dan wil ik je vragen mij aan deze gelofte te
herinneren met een welgeplaatst woord en bijbehorende klinkende oorvijg.
Ik zal nooit
je verjaardag vergeten, of onze huwelijksdatum.
Ik zal nooit
gaan slapen zonder je een lieve zoen te geven.
Ik zal
nooit, als ik als eerste opsta, vergeten je een lieve zoen te geven.
Ik zal je
regelmatig bedenken met een bloemetje, zomaar, omdat ik je graag zie.
Ik zal nooit
gaan slapen met een meningsverschil dat niet is uitgeklaard.
Ik zal de
assen die ik naast de assenbak deponeer altijd zelf opruimen.
Ik zal nooit mijn kleren laten rondslingeren, en zal me alle dagen wassen.
Ik zal nooit mijn kleren laten rondslingeren, en zal me alle dagen wassen.
Ik zal nooit
roepen en tieren, ik zal je altijd respectvol behandelen.
Ik zal het
altijd eerlijk vertellen als ik een deuk in de auto’s heb gereden.
Ik zal het
je altijd eerlijk vertellen als ik een kledingstuk van je verkeerd heb
gewassen, of als het aan het strijkijzer is blijven kleven.
Ik zal
altijd in stilte afwassen en de keuken als ik gekookt heb voor ons netjes
achterlaten en mijn rommel zelf opruimen.
Ik zal er
altijd aan proberen te denken om het vuilnis tijdig buiten te zetten.
Als er
muggen zijn zal ik altijd de muggenmelk aan jou geven, en die zelf niet
gebruiken, zodat ik me de dag erop onnozel krab, maar jij ervan gespaard
blijft.
Ik zal nooit
naar de huisdieren trappen, ook niet als ik een baaldag heb. Ik zal ze altijd
verzorgen, naar best vermogen.
Ik zal
blijven zoeken naar manieren om een ‘viriele man te zijn’ en je nooit in de kou
te laten staan.
Ik zal de
kankerbehandeling altijd graag blijven ondergaan, voor jou.
Ik zal je
altijd de afstandsbediening van onze tv geven, zodat jij kan kiezen wat je
graag ziet.
Ik zal
altijd proberen op het afgesproken uur thuis te zijn als ik met vrienden een
pint ga drinken.
Ik zal je
nooit in ongerustheid laten, en je zeggen waar ik ben en wat ik aan het doen
ben.
Ik leg alles
wat ik heb aan je voeten, ook rieken die niet altijd fris.
Ik aanvaard
dat mijn gesnurk je soms ontzettend boos maakt, en neem de schop of de neuspeer
er dan graag bij.
Ik zal
altijd, als we samen op de bank hangen gaan zitten, zodat jij kan liggen.
Ik zal je
schouders en je rug masseren, telkens je daarom vraagt. Ook al is dat tien keer
op een dag.
Ik zal
altijd voor je zorgen, ook al heb je hoofdpijn omdat je te diep in het glas
keek.
Ik zal je
nooit, of toch bijna nooit uitlachen, wel altijd toelachen.
Ik zal nooit
naar andere vrouwen kijken, en zeker niet als we samen op pad zijn.
Ik zal je
nooit in diskrediet brengen, en als ik dat toch doe verdien ik een oorvijg.
Maar vooral:
ik zal je liefhebben, elke dag van de rest van mijn leven.
Aanvaard
mijn ring alsjeblieft. Als teken van onze liefde en mijn trouw. Nu en alle
dagen van ons leven.
Huwelijks speech
Lieve mensen
allemaal,
Hanne en ik
heten jullie van harte welkom op ons trouwfeest.
En we zijn
verheugd te zien dat zovelen hier vandaag in ons geluk willen delen.
Ons feestje
hebben we doelbewust geplaatst in een eenvoudige setting, zonder veel franje en
decor.
Hanne en ik
hebben ook geen franje en decor.
What you see
is what you get.
Gezelligheid
maak je immers zelf en niet met gouden randjes rond een bord.
Het eten
smaakt er niet beter door.
Ik wil
jullie vandaag een verhaal vertellen.
Een verhaal
van familie, van vriendschap en het verhaal van de oude bok en zijn groen
blaadje.
Het verhaal
van Hanne en mij.
En jullie
spelen allemaal een rol in dit verhaal.
Anders
zouden jullie hier nu niet met ons mee feesten. Dat is wel duidelijk denk ik.
Er zijn geen
echte hoofdstukken in ons verhaal. Accenten, dat wel, en hier een daar een
milestone.
En zoals elk
verhaal heeft ons verhaal een begin. En ook een einde, al hopen we beiden dat
dit nog heel lang mag duren.
Maar laten
beginnen bij het begin.
Familie. Want
daar begint het. Hanne heeft een vader en een moeder. Ik ook. Als die er niet
geweest waren, zouden er hier nu geen Hanne of Peter staan.
Of wij,
Hanne en ik, het product zijn van een weloverwogen beslissing van onze ouders,
of van een gigantische stommiteit wil ik even in het midden laten. Feit is dat
we geboren zijn. Het begin van ons verhaal. We werden geboren en groeiden op.
Ik een ietsie pietsie vroeger dan Hanne.
En onze
ouders deden hun uiterste best om ons te sturen, met een liefde die
onvoorwaardelijk is.
Of ze hierin
geslaagd zijn laat ik ook graag even in het midden. Maar als ik naar Hanne en
mezelf kijk denk ik van wel.
Een
standaard traject was het geenszins.
Niet in mijn
geval en ook niet voor Hanne.
Er zijn wel
wat valkuilen geweest. En hindernissen. En niet in het minst voor onze ouders.
Ik heb het
mijn mama en papa niet gemakkelijk gemaakt. Hanne haar mama en papa ook niet. En
nooit gaven ze op. Sta me toe hen hiervoor vandaag expliciet te bedanken.
Maar familie
is meer dan ouders alleen. Er zijn broers en zussen, tantes en nonkels, neven
en nichten. En allemaal dragen ze een stukje bij tot wie iemand wordt en is.
Het kan
verkeren hé.
15 jaar
geleden reed Astrid, de dochter van mijn zus en schoonbroer, paardje op mijn
knie.
Vandaag
zorgt Astrid als vakkundige verpleegster voor mij als ik om mijn chemo ga.
We hebben
elkaar nodig, snap je?
Familie is
belangrijk, heel erg belangrijk. Je hebt maar één echte familie. Koester elkaar.
Laat het
bloed kruipen waar het niet gaan kan. En als het niet wil kruipen, geef het dan
een schop voor zijn kont dat het gaat hollen.
En dan zijn
er de vrienden. Mensen die niet omwille van je geboorterecht in je leven komen.
Mensen die
je pad kruisen, en waar je erg goed mee kan opschieten. Mensen die even
waardevol blijken te zijn als je familie.
En mensen
die soms ook weer uit je leven verdwijnen. Vriendschappen voor het leven zijn
zeldzamer, maar ze bestaan.
Jullie
allemaal hier zijn van die blijvende vriendschappen. Sommige onder jullie ken
ik al dertig jaar, sommigen zelfs vijfenveertig jaar. Sommige pas recent.
Peter, die
ik leerde kennen in het eerste leerjaar, en altijd ergens een deel bleef
uitmaken van mijn leven. De man met wie ik zo graag filosofeer over de meest
uiteenlopende dingen bij een goed glas whisky, of een goed getapte frisse pint.
En tegen wie ik ongezouten kan zeggen wat ik denk, en van wie ik een even
ongezouten antwoord krijg.
Stijn, mijn
werkgever, nog steeds, ook al ben ik al meer dan anderhalf jaar ziek, en die op
meer dan tien jaar gegroeid tot een intieme vriend, met wie ik graag de meest
snode plannen smeed om iemand een ludieke poot uit te vijzen, of brainstorm
over hoe de business best vorm krijgt, maar even vrolijk kan praten over
moeilijke dingen. Harde dingen. Hij was mijn getuige vandaag, samen met mijn
zus. Dat zegt wel wat denk ik.
Werner, mijn
collega en opdrachtgever in mijn laatste professionele projecten. Met wie ik
ruzie maakte, over hoe de dingen professioneel best zouden verlopen, en waarbij
we als twee kleine jongetjes na een heftige discussie mekaar bekeken en
knikten. Die knik bracht ons steevast naar het staminee, waar de
meningsverschillen bij een glas witte wijn onder de mat werden geschoven.
Of Babs, met
wie ik stevige discussies had, zo stevig zelfs dat we op een gegeven moment de
handdoek wierpen.
Ik heb het
strijd bijl allang begraven, en ben blij dat ze hier vandaag bij ons is.
Geert, die
me leerde dat ijzer nog wel meer mogelijkheden heeft dan alleen maar roesten,
en me als baas meer dan twintig jaar geleden een boterham gaf, omdat hij
opmerkte dat ik geen broodtrommel bij had en honger had. Ik had die
broodtrommel niet bij omdat ik toen geen centjes had om brood te kopen. Wat
Geert verdorie goed wist. Omdat hij een scherp observatievermogen heeft, en in
stilte handelt.
Ik ben die
boterham nooit vergeten.
En ik kan zo
nog wel een tijdje doorgaan, en kan voor ieder van jullie hier wel ergens een
anekdote uit de kast trekken. Of een mooi verhaal. Maar dat zou de rest van de
avond in beslag nemen, en dat kan niet de bedoeling zijn.
Het traject
van Hanne en mij is ook gestart door paden die elkaar onverwacht kruisten.
Op het werk.
Bij BP Antwerpen. Aan de koffieautomaat in de kantine.
Daar zag ik
haar voor het eerst, en ik was gelijk uit mijn lood geslagen. Een ravissante
schoonheid, met lang, donker krullend haar, grijsblauwe pientere ogen, een
sensuele mond en benen tot onder haar oksels. En een sexy kontje, mijn god, een
sexy kontje! I was struck by lightning.
In die mate
zelfs dat een collega me er op wees dat ik met open mond stond te staren, en
het gênant begon te worden. Ik heb dan mijn stoute schoenen aangetrokken en die
schoonheid, die intussen aan een tafeltje had plaatsgenomen, gevraagd of ik me
erbij mocht zetten.
Wat mocht.
We hadden
een geanimeerd gesprek en was het begin van een diepe en eerlijke vriendschap.
Heel het
verhaal vertellen zou ons hier weer veel te ver brengen, maar over een periode
van twee jaar hoorden we elkaar zo goed als dagelijks, via Lync, een
professioneel chatforum of af en toe aan de telefoon.
We spraken
ook wel eens een keertje af, om bij een lekker etentje en een goed glas wijn
bij te kletsen.
En we
voelden alle twee wel de elektriciteit die er tussen ons hing, die spanning van
twee mensen die zich tot elkaar aangetrokken voelden, maar we parkeerden die
beiden. Hanne had een vriend, ik had een vriendin, en er lag 24 jaar leeftijdsverschil
tussen ons. Redenen genoeg dus om de groeiende gevoelens te parkeren.
Gaandeweg leerden
we elkaar beter en beter kennen, namen geen blad voor de mond als we elkaar wat
te vertellen hadden, en er viel soms wel al eens een hard, maar goedbedoeld
woord. Elkaar naar de mond praten deden we nooit. We vonden beiden dat daar
niemand wat aan had. Liever een oprechte mening, dan een verhaaltje dat je
graag wil horen maar geen hout snijdt.
Ik kon bij
Hanne met alles terecht. En zij bij mij.
Ook in maart
2015, toen ik de diagnose kreeg dat ik kanker had. Longkanker, kleincellig, in
een vergevorderd stadium en goed uitgezaaid naar lever en ribben.
Hoe vertel
je zoiets aan je ouders, je familie en je vrienden?
Door het
gewoon te vertellen. Punt. Droog, sec, en zakelijk. Emoties helpen je niet op
zulk een moment. Wat niet wegneemt dat die er wel zijn. Heel erg manifest
zelfs.
Ik ging met
mijn emoties kloppen bij Hanne. Omdat ik wist dat ik er bij haar mee terecht
kon. Het maakte bij Hanne ook wel emoties los. En ze uitte die ook.
Hanne was er
altijd voor mij. Uren hingen we aan de telefoon, of we spraken af.
En we
groeiden korter en korter naar elkaar toe.
Tot we einde
mei 2015 het hart lieten spreken, en voor elkaar kozen. Ondanks alle
vooroordelen, ondanks het leeftijdsverschil, ondanks de kanker. De liefde won
het van de ratio.
Geen voor de
hand liggende keuze, en al zeker niet voor Hanne. Om te beginnen trok ik
uiterlijk in niets nog op de man die ze twee jaar eerder leerde kennen aan de
koffieautomaat. Chemo pleegt een aanslag op je uiterlijk, en je fysiek. Ik haat
intussen mijn lookalike Fester Adams, de creep uit the Adams family en ik haat
hem hartgrondig.
Het is voor
Hanne allemaal niet belangrijk.
Vandaag zijn
we gehuwd.
Ik ben
gehuwd met mijn beste vriendin. Mijn vrouw is mijn beste vriendin.
Je mag
jaloers zijn.
Ik ben een
gezegend man, en ik voel me zo ook.
Blessed.
En
geprivilegieerd. Omdat ik Hanne mijn vrouw mag noemen. Niet vanzelfsprekend.
Ik heb hier
een boodschap voor haar.
Een belofte.
En jullie
allemaal zijn nu mijn getuigen.
Liefje, dank
je voor alles. Voor je steun, je begrip, om me terug te fluiten als ik
doordram, om me stilzwijgend te helpen als het eens wat lastiger is, om te zijn
wie je bent.
Ik wil je
hier nog iets beloven.
Met elke
vezel die ik heb zal ik vechten voor telkens een nieuwe dag samen met je.
Met elke
hersencel die ik heb zoek ik zelf naar een oplossing die me tijd koopt om samen
met jou zo ver als het kan te wandelen op onze weg.
Ik zal mijn
vel zo duur als ik kan verkopen.
Omdat geen
nevenwerking van de behandeling, geen pijn die ik dikwijls heb opweegt tegen
één extra seconde samen met jou.
Leven samen
met jou is leven met de grote L. Altijd en overal.
Ik zie je
graag.
Met heel
mijn wezen, met alles wat ik heb en hoe ik ben.
Voor zo lang
als ik mag leven.
En nu lieve
mensen, feest met ons. Maak er ieder voor zich en allemaal samen een
onvergetelijke avond van. Het buffet is open, de tap is dat al even, de
dansvloer seffens ook.
Let the
party begin!
Veel kijkplezier deze keer...
zondag 28 augustus 2016
Acht dagen verder.
Zaterdagnacht, of zondagochtend, 28 augustus 2.23 uur.
Hanne slaapt. As usual. Nog maar net, want we hadden een zalige avond, waarover seffens meer. Ik ben weer klaarwakker.
As usual.
En zoals gewoonlijk scherp ik dan mijn digitale griffel, om een stukje neer te pennen.
We zijn een dikke week verder. Als gehuwd koppel.
En noem het cliché, maar gehuwd zijn verandert echt wel iets fundamenteel.
Toch als je huwt met je beste vriendin. Of vriend, in Hanne's geval.
Het gevoel verbonden te zijn wordt elke dag sterker. Nog sterker dan wat er al lag. One team.
Na de drukte, en de chemo op maandag knepen we er samen een paar dagen tussen uit.
Een roadtrip, en we zien wel waar het lot ons brengt.
Noord Frankrijk deze keer, en met de zomerse dagen die we kregen, is dat de meest zalige vakantie die je kan hebben onder de spreekwoordelijke kerktoren.
We voelden ons een beetje zigeuners, en sloegen ons kamp op in Chambres d'hotes, beter bekend als B&B's.
En we kregen hier en daar wel een vreemde blik toen we vertelden dat we op mini honeymoon waren. Het leeftijdsverschil is dan ook wel redelijk duidelijk.
De ontvangst was er zeker niet minder hartelijk om, integendeel.
De setting is één, en met mooi weer kan je in noord Frankrijk niet beter zitten. De sfeer is twee, en eigenlijk staat eigenlijk gelijk met één. 's Ochtends niet weten waar je 's avonds gaat slapen brengt een ongedwongenheid die onbetaalbaar is.
Het maakt niet uit, al is het een hooizolder tussen wat balen stro, zolang we maar bij elkaar kunnen zijn.
In de eerste B&B kregen we twee A4 velletjes mee met de leuke plaatsjes boven en onder Boulogne sur Mèr, en die velletjes waren zo een beetje onze gids.
Gewoon genieten. Van krijtrotsen waar de zee 50 meter dieper recht onder je onbarmhartig inslaat, tot 10 km verder diezelfde kust op 500 meter van de dijk te zien liggen, en je tien minuten moet wandelen om aan de kabbelende Noordzee te geraken.
Omzwervingen die je in kleine dorpjes brengt, met karakter en heel pittoresk.
Samen, in de auto, of op het terras van een eenvoudig restaurantje dat tegen belachelijke prijzen je de meest lekkere dingen serveert.
En om de ritten tussen twee plaatsjes wat cachet te geven, hebben we samen een spelletje gespeeld dat zo oud is als de straat. Wanneer je iets ziet dat op een voertuig lijkt, vier wielen heeft en geel is mag je elkaar een pets verkopen. Wanneer je iets gelijkaardig ziet maar met een groene kleur dan mag je een kneep verkopen. We hebben elkaar niet gespaard.
Met soms een discussie of nu iets geel is of eerder oranje, of eerder petrolblauw dan groen.
Er is wat gepetst en geknepen. Zalig.
De vier dagen/drie nachten zijn voorbij gevlogen.
Samen picknicken met een stukje brood, wat wijn en een beetje kaas. Op de trapjes van een eeuwenoud kerkje, eigenlijk eerder een kapel met pretentie, en met de avondzon op onze snoet. Om daarna met als enige geluid een enthousiaste krekel op de achtergrond samen in slaap te vallen in een bed van een chambre 'd hotes.
Wakker worden door een straaltje zon die door de spleet in de gordijnen op je gezicht priemt, een spel speelt met wat stof dat rond dwarrelt en een nieuwe dag aankondigt vol onbekende avonturen.
Het plaatje klopt.
Eenvoud.
Het siert nog steeds, Geen exquise diners met dure wijnen, wel lekker eten, bereidt met streekproducten en een lekker glas wijn van de wijnboer naast de deur.
Als er geen agenda lag voor Hanne en mij zou ik zo de rest van onze dagen willen slijten.
Vier dagen ongedwongenheid.
Niks moet, alles mag.
Onze mini honeymoon. In short, T-shirt en met teenslippers.
Samen.
Onbetaalbaar.
Met rode billen, want er rijden verdorie veel gele wagens rond als je er op let.
Om vandaag een zalige week wat af te sluiten met een BBQ bij mijn ouders, met heerlijke gerechtjes klaargemaakt door mijn ouders, in gezelschap van zus, schoonbroer en kinderen. Met een glas wijn te veel hier en daar, maar ook weer ongedwongen en eerlijk.
Ik wil dit nog niet kwijt. Echt niet.
Da's waarom ik maandag weer om die chemo ga.
Voor mijn vrouw, voor mijn familie, voor mijn vrienden.
Het leven is mooi, als je het wil zien.
Hanne slaapt. As usual. Nog maar net, want we hadden een zalige avond, waarover seffens meer. Ik ben weer klaarwakker.
As usual.
En zoals gewoonlijk scherp ik dan mijn digitale griffel, om een stukje neer te pennen.
We zijn een dikke week verder. Als gehuwd koppel.
En noem het cliché, maar gehuwd zijn verandert echt wel iets fundamenteel.
Toch als je huwt met je beste vriendin. Of vriend, in Hanne's geval.
Het gevoel verbonden te zijn wordt elke dag sterker. Nog sterker dan wat er al lag. One team.
Na de drukte, en de chemo op maandag knepen we er samen een paar dagen tussen uit.
Een roadtrip, en we zien wel waar het lot ons brengt.
Noord Frankrijk deze keer, en met de zomerse dagen die we kregen, is dat de meest zalige vakantie die je kan hebben onder de spreekwoordelijke kerktoren.
We voelden ons een beetje zigeuners, en sloegen ons kamp op in Chambres d'hotes, beter bekend als B&B's.
En we kregen hier en daar wel een vreemde blik toen we vertelden dat we op mini honeymoon waren. Het leeftijdsverschil is dan ook wel redelijk duidelijk.
De ontvangst was er zeker niet minder hartelijk om, integendeel.
De setting is één, en met mooi weer kan je in noord Frankrijk niet beter zitten. De sfeer is twee, en eigenlijk staat eigenlijk gelijk met één. 's Ochtends niet weten waar je 's avonds gaat slapen brengt een ongedwongenheid die onbetaalbaar is.
Het maakt niet uit, al is het een hooizolder tussen wat balen stro, zolang we maar bij elkaar kunnen zijn.
In de eerste B&B kregen we twee A4 velletjes mee met de leuke plaatsjes boven en onder Boulogne sur Mèr, en die velletjes waren zo een beetje onze gids.
Gewoon genieten. Van krijtrotsen waar de zee 50 meter dieper recht onder je onbarmhartig inslaat, tot 10 km verder diezelfde kust op 500 meter van de dijk te zien liggen, en je tien minuten moet wandelen om aan de kabbelende Noordzee te geraken.
Omzwervingen die je in kleine dorpjes brengt, met karakter en heel pittoresk.
Samen, in de auto, of op het terras van een eenvoudig restaurantje dat tegen belachelijke prijzen je de meest lekkere dingen serveert.
En om de ritten tussen twee plaatsjes wat cachet te geven, hebben we samen een spelletje gespeeld dat zo oud is als de straat. Wanneer je iets ziet dat op een voertuig lijkt, vier wielen heeft en geel is mag je elkaar een pets verkopen. Wanneer je iets gelijkaardig ziet maar met een groene kleur dan mag je een kneep verkopen. We hebben elkaar niet gespaard.
Met soms een discussie of nu iets geel is of eerder oranje, of eerder petrolblauw dan groen.
Er is wat gepetst en geknepen. Zalig.
De vier dagen/drie nachten zijn voorbij gevlogen.
Samen picknicken met een stukje brood, wat wijn en een beetje kaas. Op de trapjes van een eeuwenoud kerkje, eigenlijk eerder een kapel met pretentie, en met de avondzon op onze snoet. Om daarna met als enige geluid een enthousiaste krekel op de achtergrond samen in slaap te vallen in een bed van een chambre 'd hotes.
Wakker worden door een straaltje zon die door de spleet in de gordijnen op je gezicht priemt, een spel speelt met wat stof dat rond dwarrelt en een nieuwe dag aankondigt vol onbekende avonturen.
Het plaatje klopt.
Eenvoud.
Het siert nog steeds, Geen exquise diners met dure wijnen, wel lekker eten, bereidt met streekproducten en een lekker glas wijn van de wijnboer naast de deur.
Als er geen agenda lag voor Hanne en mij zou ik zo de rest van onze dagen willen slijten.
Vier dagen ongedwongenheid.
Niks moet, alles mag.
Onze mini honeymoon. In short, T-shirt en met teenslippers.
Samen.
Onbetaalbaar.
Met rode billen, want er rijden verdorie veel gele wagens rond als je er op let.
Om vandaag een zalige week wat af te sluiten met een BBQ bij mijn ouders, met heerlijke gerechtjes klaargemaakt door mijn ouders, in gezelschap van zus, schoonbroer en kinderen. Met een glas wijn te veel hier en daar, maar ook weer ongedwongen en eerlijk.
Ik wil dit nog niet kwijt. Echt niet.
Da's waarom ik maandag weer om die chemo ga.
Voor mijn vrouw, voor mijn familie, voor mijn vrienden.
Het leven is mooi, als je het wil zien.
zondag 21 augustus 2016
The days after.
Zondag, 21 augustus 2016, ergens laat in de avond.
Hanne, die ik nu mijn vrouw mag noemen, slaapt. Het waren dan ook hectische dagen.
Maar ze waren elke inspanning waard.
In the end, it all came together.
Op de valreep, maar dat is goed genoeg. Net op tijd is ook nog op tijd.
Het feestzaaltje heeft ons de nodige zorgen door de strot geramd. Er werd ons veel beloofd, waar uiteindelijk niks van in huis kwam. De incompetentie van de mevrouw die het renovatieproject van dat zaaltje hoorde aan te sturen heeft niet in het minst bijgedragen tot de extreem vermoeide gezichten op de foto's van ons huwelijk.
Mezelf bijvoorbeeld. Voor een man die wekelijks chemo gaat halen betekenen vier dagen hard labeur 122 km van je deur wallen onder je ogen waar je vlot je voeten in kan wassen.
Maar ook mijn vader en mijn moeder, die keihard hebben meegewerkt. Of mijn zus en schoonbroer, en mijn toen nog aanstaande vrouw en haar zus.
Acht mensen die hard gewerkt hebben om de door onbekwaamheid gecreëerde achterstand in het projectbeheer bij te benen. Zodat we onze 124 gasten op ons trouwfeest konden ontvangen zoal dat hoort. In een feestzaal, en niet op een smerige werf.
De hulp van Kim en Philip, mensen die vandaag in datzelfde zaaltje een feestje hadden was meer dan welkom. Soms heb je maar enkele momenten nodig om vrienden te maken. Echt vrienden.
Dat is dan de mooie zijde van zo een lelijke medaille.
Kim en Philip hebben op ons feest de tap als professionals ( ze hebben jarenlang een goed draaide horecazaak uitgebaat in Diest) voor hun rekening genomen, gewoon uit dankbaarheid, omdat ze de zaal netjes en in optima forma overgedragen kregen. Hun kennis ter zake was meer dan welkom.
Uiteindelijk werd mijn 'huwelijksproject' afgerond zoals ik al mijn projecten afrond. Met gecompresseerde stress in de laatste dagen, maar alles binnen deadline en budget. Het decoratiemateriaal werd just in time geleverd, de trouwringen op donderdag, om drie uur in de namiddag.
But in the end there where no loose ends.
Het was dan ook een dag om U tegen te zeggen.
19-08-2016. Numerologisch een dag die negen als uitkomst geeft. Met de betekenis dat een periode wordt afgesloten, en een nieuwe negenjarige cyclus begint.
Ik was vrijdag vroeg wakker. Vijf minuten voor mijn wekker zou afgaan. Om vijf voor zes in de ochtend.
Wassen, aankleden, een tas koffie drinken en om zeven uur on the road naar Gent. anticiperend op mogelijk verkeersdrukte die er niet was. Dus om acht uur al bijna in Gent.
Koffie gedronken in een wegrestaurant, samen met mijn nicht Ester die elk belangrijk moment zou vastleggen op de gevoelige plaat.
Bruidsboeket gaan halen, en dan naar de Sint Joriskaai, waar mijn bruid wachtte.
Ik belde aan, Hanne deed open, en instant begonnen mijn tranen te vloeien.
Ik had me nochtans voorgenomen het droog te houden, maar er zijn grenzen.
Hanne zag er uit als een Engel. Zo mooi. In een gedistingeerd trouwkleed, eenvoudig, stijlvol en toch onschuldig en sexy tegelijk.
Een reflectie van wie ze is, in alle opzichten.
Er is niks beters. Voor mij bestaat er niets beters dan Hanne.
Perfect door imperfectie. Omdat een meningsverschil kan, en we daarover praten tot er een consensus ligt.
Op onze huwelijksdag waren er geen meningsverschillen, alleen een gevoel van verbondenheid. Nog sterker dan de verbondenheid die we al hadden. En elke dag wordt dit sterker en sterker.
Dat hebben we gevierd, dat was en is de fundering van ons feest, ons huwelijk, ons man en vrouw zijn.
En dat hebben onze gasten op ons feest gevoeld.
De essentie.
Elkaar graag zien. Zelfs al wil je elkaar soms de nek omwringen.
Een dag in het teken van ware liefde. Een ode aan onbaatzuchtige liefde.
En niet alleen die dag. Het crescendo zet zich door, elke dag, elk uur dat we samen zijn.
Liefde, elkaar graag zien zonder franje, onvoorwaardelijk.
Wat resulteerde in een feest dat een feest werd voor iedereen. Met oprechte vriendschap, plaats voor emotie en eerlijkheid, gemaakt met en door mensen die er één voor één mogen zijn.
Dank je wel aan iedereen die elk op hun manier onze dag, ons feest hebben gemaakt tot wat het werd.
Een ode aan vriendschap en liefde, open en oprecht, beleefd vanuit het hart.
Ik zag alleen lachende gezichten, toffe mensen die met elkaar praatten, feestten en een leuke tijd hadden.
Mijn boodschap in mijn speech werd waargemaakt. Niet het entourage maakt een feest, wel de mensen die er zijn.
Het was een geweldig feest, gemaakt door geweldige mensen. Stuk voor stuk. Mensen die hun masker thuis lieten, omdat ze het niet nodig hadden.
Mensen die hun hart bij hadden.
Ik wil dit illustreren met enkele foto's. Foto's die heel de sfeer van ons feest weergeven.
Gewoon gelukkig zijn...
Deze foto straalt alles uit. Heel de dag. Voor iedereen.
Het leven is mooi. Je moet het alleen willen zien.
Hanne, mijn bruid. Onderstaande foto zegt alles...
Geluk moet je zien, niet zoeken.
Dank je wel iedereen, voor deze mooie en onvergetelijke dag.
Hanne, die ik nu mijn vrouw mag noemen, slaapt. Het waren dan ook hectische dagen.
Maar ze waren elke inspanning waard.
In the end, it all came together.
Op de valreep, maar dat is goed genoeg. Net op tijd is ook nog op tijd.
Het feestzaaltje heeft ons de nodige zorgen door de strot geramd. Er werd ons veel beloofd, waar uiteindelijk niks van in huis kwam. De incompetentie van de mevrouw die het renovatieproject van dat zaaltje hoorde aan te sturen heeft niet in het minst bijgedragen tot de extreem vermoeide gezichten op de foto's van ons huwelijk.
Mezelf bijvoorbeeld. Voor een man die wekelijks chemo gaat halen betekenen vier dagen hard labeur 122 km van je deur wallen onder je ogen waar je vlot je voeten in kan wassen.
Maar ook mijn vader en mijn moeder, die keihard hebben meegewerkt. Of mijn zus en schoonbroer, en mijn toen nog aanstaande vrouw en haar zus.
Acht mensen die hard gewerkt hebben om de door onbekwaamheid gecreëerde achterstand in het projectbeheer bij te benen. Zodat we onze 124 gasten op ons trouwfeest konden ontvangen zoal dat hoort. In een feestzaal, en niet op een smerige werf.
De hulp van Kim en Philip, mensen die vandaag in datzelfde zaaltje een feestje hadden was meer dan welkom. Soms heb je maar enkele momenten nodig om vrienden te maken. Echt vrienden.
Dat is dan de mooie zijde van zo een lelijke medaille.
Kim en Philip hebben op ons feest de tap als professionals ( ze hebben jarenlang een goed draaide horecazaak uitgebaat in Diest) voor hun rekening genomen, gewoon uit dankbaarheid, omdat ze de zaal netjes en in optima forma overgedragen kregen. Hun kennis ter zake was meer dan welkom.
Uiteindelijk werd mijn 'huwelijksproject' afgerond zoals ik al mijn projecten afrond. Met gecompresseerde stress in de laatste dagen, maar alles binnen deadline en budget. Het decoratiemateriaal werd just in time geleverd, de trouwringen op donderdag, om drie uur in de namiddag.
But in the end there where no loose ends.
Het was dan ook een dag om U tegen te zeggen.
19-08-2016. Numerologisch een dag die negen als uitkomst geeft. Met de betekenis dat een periode wordt afgesloten, en een nieuwe negenjarige cyclus begint.
Ik was vrijdag vroeg wakker. Vijf minuten voor mijn wekker zou afgaan. Om vijf voor zes in de ochtend.
Wassen, aankleden, een tas koffie drinken en om zeven uur on the road naar Gent. anticiperend op mogelijk verkeersdrukte die er niet was. Dus om acht uur al bijna in Gent.
Koffie gedronken in een wegrestaurant, samen met mijn nicht Ester die elk belangrijk moment zou vastleggen op de gevoelige plaat.
Bruidsboeket gaan halen, en dan naar de Sint Joriskaai, waar mijn bruid wachtte.
Ik belde aan, Hanne deed open, en instant begonnen mijn tranen te vloeien.
Ik had me nochtans voorgenomen het droog te houden, maar er zijn grenzen.
Hanne zag er uit als een Engel. Zo mooi. In een gedistingeerd trouwkleed, eenvoudig, stijlvol en toch onschuldig en sexy tegelijk.
Een reflectie van wie ze is, in alle opzichten.
Er is niks beters. Voor mij bestaat er niets beters dan Hanne.
Perfect door imperfectie. Omdat een meningsverschil kan, en we daarover praten tot er een consensus ligt.
Op onze huwelijksdag waren er geen meningsverschillen, alleen een gevoel van verbondenheid. Nog sterker dan de verbondenheid die we al hadden. En elke dag wordt dit sterker en sterker.
Dat hebben we gevierd, dat was en is de fundering van ons feest, ons huwelijk, ons man en vrouw zijn.
En dat hebben onze gasten op ons feest gevoeld.
De essentie.
Elkaar graag zien. Zelfs al wil je elkaar soms de nek omwringen.
Een dag in het teken van ware liefde. Een ode aan onbaatzuchtige liefde.
En niet alleen die dag. Het crescendo zet zich door, elke dag, elk uur dat we samen zijn.
Liefde, elkaar graag zien zonder franje, onvoorwaardelijk.
Wat resulteerde in een feest dat een feest werd voor iedereen. Met oprechte vriendschap, plaats voor emotie en eerlijkheid, gemaakt met en door mensen die er één voor één mogen zijn.
Dank je wel aan iedereen die elk op hun manier onze dag, ons feest hebben gemaakt tot wat het werd.
Een ode aan vriendschap en liefde, open en oprecht, beleefd vanuit het hart.
Ik zag alleen lachende gezichten, toffe mensen die met elkaar praatten, feestten en een leuke tijd hadden.
Mijn boodschap in mijn speech werd waargemaakt. Niet het entourage maakt een feest, wel de mensen die er zijn.
Het was een geweldig feest, gemaakt door geweldige mensen. Stuk voor stuk. Mensen die hun masker thuis lieten, omdat ze het niet nodig hadden.
Mensen die hun hart bij hadden.
Ik wil dit illustreren met enkele foto's. Foto's die heel de sfeer van ons feest weergeven.
Gewoon gelukkig zijn...
Deze foto straalt alles uit. Heel de dag. Voor iedereen.
Het leven is mooi. Je moet het alleen willen zien.
Hanne, mijn bruid. Onderstaande foto zegt alles...
Geluk moet je zien, niet zoeken.
Dank je wel iedereen, voor deze mooie en onvergetelijke dag.
woensdag 17 augustus 2016
Overmorgen. The Big Bay.
Woensdagavond 17 augustus, 23 uur.
Het is weer rustig in de keuken. Vrouwlief in spé is net slapen, Klaas vaak mijd mij weer als de pest.
Ik heb nooit echt veel nachtrust nodig gehad, en de chemo veroorzaakt ook wel wat slapeloosheid.
De laatste dagen echter is het wel significant. Vorige nacht heb ik zeven uren ononderbroken geslapen, en dat heb ik vandaag wel gevoeld. Ik had energie te over.
Morgen dus om een uur of tien onder de wol, zodat ik op de The Big Day energie heb om tot zondag door te gaan.
Bij wijze van spreken.
The Big Day. Een dag waar ik naar uitkijk sedert 4 april.
De dag dat ik aan Hanne vroeg of ze mijn vrouw wou worden. En Hanne 'ja' zei.
Het gaat vreemd aanvoelen morgennacht. Terug een nachtje in het ouderlijk huis, want ik ben nogal conservatief op dat vlak. Bruid en bruidegom slapen niet samen op de nacht voor hun huwelijk.
Traditie, en ook praktisch. Ik wil Hanne pas in haar trouwkleed zien als ze volledig en in vol ornaat is, en zij mag mijn trouwoutfit ook pas zien op The Big Day zelf.
De laatste twee dagen zijn behoorlijk hectisch geweest.
Het feestzaaltje dat Hanne en ik kozen en dat nog vrij was, was ook nog vrij om een reden. Het werd anderhalf jaar geleden de laatste keer gebruikt, en was aan een 'opfrissing' toe. De afspraken met de nieuwe beheerster waren dat een aantal 'verfrissingswerkjes' ook tegen overmorgen werden uitgevoerd. De dame in kwestie heeft daar wat steken laten vallen. Allemaal eigenlijk. Het aanpalende tuintje zou onderhouden zijn, wat niet gebeurde. Het zaaltje zou grondig gepoetst zijn, wat niet gebeurde. De toog, tapinstallatie en toebehoren zou onderhouden zijn, wat niet gebeurde.
De koelkasten in de toog zouden hersteld zijn, wat niet gebeurde. De verlichting zou hersteld zijn, wat niet gebeurde.
Als ik in mijn professionele omgeving mijn projecten zo zou beheerd hebben zou Stijn, mijn werkgever, me redelijk snel de deur gewezen hebben.
Dus hebben we zelf maar al die dingen in orde gebracht.
Op drie dagen.
Het zaaltje is nu een zaaltje waar je een feestje kan bouwen, kraaknet, met werkende verlichting, een tuintje dat uitnodigt en met drankjes die gekoeld zijn.
Samen met de hulp van mijn ouders, mijn zus en schoonbroer is het allemaal in orde. Morgen leggen we de laatste hand.
De nieuwe beheerster was vandaag ook aanwezig. Samen met enkele mensen om te poetsen. De mensen hebben hun best gedaan, maar kunnen op een halve dag ook geen wonderen verrichten. En de nieuwe beheerster heeft van mij in de rand wel enkele rake opmerkingen gekregen.
De rekening wordt achteraf nog gemaakt...
Ik ken haar directrice. En mijn vader kent haar goed. Ik heb mij directheid van mijn vader...
Paps was trouwens ook niet blij met de beheerster haar loze beloften. En net zoals ik, neemt hij dan zelf het heft in handen. Maar loze beloften maken doe je net zoals bij mij, niet ongestraft bij paps.
Wordt vervolgd.
Maar twee dagen labeur, drie dagen voor mijn ouders die maandag besloten om het tuintje al voor een groot deel onder handen te nemen, hebben ervoor gezorgd dat Hanne en ik onze gasten kunnen ontvangen zonder het schaamrood op de wangen te krijgen.
Morgen leggen we de laatste hand aan de decoratie. Kleine dingen die het feestje een identiteit geven, die kleine twist die het 'af' maakt. Met dank aan de creativiteit van mijn bruid, aan wiens brein deze dingen ontsproten zijn en ook vorm hebben gekregen.
Helemaal in de stijl van Hanne en Peter. Eerlijk, zonder kapsones, recht aan recht toe.
Want uiteindelijk draait het er om met een hoop mensen samen een engagement te vieren. Het engagement dan Hanne en ik tegenover elkaar uitspreken, recht uit het hart, en zonder kapsones. Want zo zijn we.
Geen bla bla, wel boem boem.
Als je een pint wil, of een glas wijn, ga die dan halen aan de toog.
Wil je wat eten, er staat een buffet. Ga, kies en eet.
Eten genoeg. Pinten en wijn ook.
Vrijdag trouwen Hanne en ik.
Nog twee nachten slapen.
Waarvan morgennacht ieder in een bed apart. Met 122 kilometer ertussen.
Ik ga aan mijn laatste nacht naar mijn vriendin beginnen, en ik ga ze eens goed vastpakken.
De volgende nacht samen zal eentje zijn met mijn vrouw naast me.
Goed gevoel.
Het is weer rustig in de keuken. Vrouwlief in spé is net slapen, Klaas vaak mijd mij weer als de pest.
Ik heb nooit echt veel nachtrust nodig gehad, en de chemo veroorzaakt ook wel wat slapeloosheid.
De laatste dagen echter is het wel significant. Vorige nacht heb ik zeven uren ononderbroken geslapen, en dat heb ik vandaag wel gevoeld. Ik had energie te over.
Morgen dus om een uur of tien onder de wol, zodat ik op de The Big Day energie heb om tot zondag door te gaan.
Bij wijze van spreken.
The Big Day. Een dag waar ik naar uitkijk sedert 4 april.
De dag dat ik aan Hanne vroeg of ze mijn vrouw wou worden. En Hanne 'ja' zei.
Het gaat vreemd aanvoelen morgennacht. Terug een nachtje in het ouderlijk huis, want ik ben nogal conservatief op dat vlak. Bruid en bruidegom slapen niet samen op de nacht voor hun huwelijk.
Traditie, en ook praktisch. Ik wil Hanne pas in haar trouwkleed zien als ze volledig en in vol ornaat is, en zij mag mijn trouwoutfit ook pas zien op The Big Day zelf.
De laatste twee dagen zijn behoorlijk hectisch geweest.
Het feestzaaltje dat Hanne en ik kozen en dat nog vrij was, was ook nog vrij om een reden. Het werd anderhalf jaar geleden de laatste keer gebruikt, en was aan een 'opfrissing' toe. De afspraken met de nieuwe beheerster waren dat een aantal 'verfrissingswerkjes' ook tegen overmorgen werden uitgevoerd. De dame in kwestie heeft daar wat steken laten vallen. Allemaal eigenlijk. Het aanpalende tuintje zou onderhouden zijn, wat niet gebeurde. Het zaaltje zou grondig gepoetst zijn, wat niet gebeurde. De toog, tapinstallatie en toebehoren zou onderhouden zijn, wat niet gebeurde.
De koelkasten in de toog zouden hersteld zijn, wat niet gebeurde. De verlichting zou hersteld zijn, wat niet gebeurde.
Als ik in mijn professionele omgeving mijn projecten zo zou beheerd hebben zou Stijn, mijn werkgever, me redelijk snel de deur gewezen hebben.
Dus hebben we zelf maar al die dingen in orde gebracht.
Op drie dagen.
Het zaaltje is nu een zaaltje waar je een feestje kan bouwen, kraaknet, met werkende verlichting, een tuintje dat uitnodigt en met drankjes die gekoeld zijn.
Samen met de hulp van mijn ouders, mijn zus en schoonbroer is het allemaal in orde. Morgen leggen we de laatste hand.
De nieuwe beheerster was vandaag ook aanwezig. Samen met enkele mensen om te poetsen. De mensen hebben hun best gedaan, maar kunnen op een halve dag ook geen wonderen verrichten. En de nieuwe beheerster heeft van mij in de rand wel enkele rake opmerkingen gekregen.
De rekening wordt achteraf nog gemaakt...
Ik ken haar directrice. En mijn vader kent haar goed. Ik heb mij directheid van mijn vader...
Paps was trouwens ook niet blij met de beheerster haar loze beloften. En net zoals ik, neemt hij dan zelf het heft in handen. Maar loze beloften maken doe je net zoals bij mij, niet ongestraft bij paps.
Wordt vervolgd.
Maar twee dagen labeur, drie dagen voor mijn ouders die maandag besloten om het tuintje al voor een groot deel onder handen te nemen, hebben ervoor gezorgd dat Hanne en ik onze gasten kunnen ontvangen zonder het schaamrood op de wangen te krijgen.
Morgen leggen we de laatste hand aan de decoratie. Kleine dingen die het feestje een identiteit geven, die kleine twist die het 'af' maakt. Met dank aan de creativiteit van mijn bruid, aan wiens brein deze dingen ontsproten zijn en ook vorm hebben gekregen.
Helemaal in de stijl van Hanne en Peter. Eerlijk, zonder kapsones, recht aan recht toe.
Want uiteindelijk draait het er om met een hoop mensen samen een engagement te vieren. Het engagement dan Hanne en ik tegenover elkaar uitspreken, recht uit het hart, en zonder kapsones. Want zo zijn we.
Geen bla bla, wel boem boem.
Als je een pint wil, of een glas wijn, ga die dan halen aan de toog.
Wil je wat eten, er staat een buffet. Ga, kies en eet.
Eten genoeg. Pinten en wijn ook.
Vrijdag trouwen Hanne en ik.
Nog twee nachten slapen.
Waarvan morgennacht ieder in een bed apart. Met 122 kilometer ertussen.
Ik ga aan mijn laatste nacht naar mijn vriendin beginnen, en ik ga ze eens goed vastpakken.
De volgende nacht samen zal eentje zijn met mijn vrouw naast me.
Goed gevoel.
vrijdag 12 augustus 2016
Duizend en één dingen.
Nog acht keer slapen... Nog zevenenhalf eigenlijk, als ik naar het on - katholieke uur kijk. En dan trouwen Hanne en ik. Het komt nu echt kort bij.
En hoewel ik eigenlijk gewoon ben om met de stress van een projectje in coming deadline om te gaan liggen de kaarten vandaag toch wel enigszins anders. Trouwen doe je dan ook niet elk kwartaal en ik kan niet bogen op een rijke ervaring ter zake.
Het is dan ook allemaal snel gegaan.
Mediaan kondigt een koppel hun huwelijk een dik jaar op voorhand aan en nemen ook een dik jaar de tijd om één en ander geregeld te krijgen.
Bij Hanne en mezelf hebben we niet de luxe om dat jaar te nemen. Het moet allemaal wat sneller. Omdat het niet zeker is dat ik hier over een jaar nog rondloop. We hopen dat wel natuurlijk en nog veel langer ook, maar het is niet zeker.
Tijd is deze keer niet echt een vriend.
Dus moeten we zelf een aantal dingen in handen nemen. Eigenlijk alles.
Het hele feest uitbesteden is geen optie. Omdat de agenda's van die feestzalen allemaal al volgeboekt zijn.
Na het zoveelste ontkennende antwoord op een telefoontje met de vraag of er nog ergens een datum vrij is ga je toch wel lichtjes panikeren.
Hanne en ik prikten 19 augustus, omdat die datum in het kader van mijn behandeling de meeste garantie bood op 'goede dag', zonder nevenwerkingen, of toch geen noemenswaardige nevenwerkingen.
Vroeger was geen optie.
Om een trouwfeest te regelen heb je nu eenmaal wat tijd nodig. Later ook niet, want dan zou dat trouwfeest wel eens kunnen omslaan naar een uitvaart en dat mag ook niet de bedoeling zijn.
De toeters en bellen die we eigenlijk wel aan ons feest wilden hangen moesten één voor één wijken, na elk negatief telefoontje met een potentiële feestzaal die alles zou kunnen regelen voor ons.
"Het spijt ons meneer, maar we zijn volzet".
Paniek begon bij mij toch wel lichtjes toe te slaan.
Hier en daar was er wel een feestzaal die nog plaats had op negentien augustus aanstaande, maar dat was dan voornamelijk omwille van de prijzen die ze hanteerden. Een feest is leuk, behalve als het je een half huis kost...
Ik heb de relativiteitstheorie een paar keer vervloekt. Daarom dat het ook een theorie is.
Tijd is in onze beleving wel constant. Elke dag die voorbij gaat krijg je niet terug. En brengt je korter bij de deadline. Newton en Einstein mogen vertellen wat ze willen. En ze zullen wel een punt hebben.
Ik heb dat ook. Tijd gaat voorbij. En de deadline komt elke dag korter bij.
Dus namen we zelf de touwtjes in handen, Hanne en ik.
We zochten en vonden een zaaltje dat aan de verwachtingen enigszins voldeed en vrij was op onze gekozen datum.
We hadden al een dak boven het hoofd van onze gasten, maar daar was het dan ook mee gezegd.
Dat zaaltje in de juiste sfeer brengen met decoratie bijvoorbeeld lijkt iets van niks, maar vraagt echt wel aandacht.
Een DJ vinden. Nog zo iets. Ook die mensen zijn lang op voorhand volgeboekt. Vlaanderen feest blijkbaar graag en veel.
Het live bandje, dat we er graag bij hadden, voor de DJ zijn ding zou doen.
Het eten, de catering zoeken en een brouwer.
Mensen vinden die ons willen helpen met tappen.
Een planning maken, want je wil op je huwelijksdag echt niet nog tafeltjes moeten gaan schikken.
De outfit kiezen, zowel voor Hanne als voor mij.
Een bruidsboeketje kiezen en iemand vinden die met een fototoestel kan omgaan, je kent en de sfeer weet te grijpen in de foto's.
Mensen uitnodigen en grenzen trekken, of je moet de Heizel afhuren als je dat niet doet.
Je officiële gedeelte op het stadhuis wat stroomlijnen, een restaurantje zoeken dat je compleet kan afhuren om met de naaste familie wat te gaan eten na de officiële plechtigheid.
Trouwringen kiezen en ervoor zorgen dat je die niet ergens half september geleverd krijgt.
Duizend en één dingen die je moet regelen.
Eerlijk gezegd zet ik liever een nieuwe bioplant neer. Van twaalf hectaren groot.
Dat ken ik tenminste. Of haal ik liever een bedrijf in moeilijkheden uit het slop. Heeft ook geen geheimen voor me.
Anticiperen op de weergoden, waar je niet kan op anticiperen. Gek wordt ik ervan. Alles is al voorspeld, van tropisch heet tot verzuipen. Sneeuw was er net niet bij.
Ik haat het als er dingen zijn waar ik geen vat op heb.
Maar ik heb wel weer wat geleerd.
Bottom line komt het hier op neer.
Of je nu een sandwich serveert, of je geeft oesters, het maakt niet uit.
Of het stralend weer is of het regent pijpenstelen, eigenlijk is dat niet relevant.
De sfeer wordt gemaakt door de mensen die je erbij wil hebben, niet door het decor, het weer of de exclusiviteit van de gerechtjes.
Eenvoud siert.
Dat klopt. Zelfs als het regent.
Hanne en ik kijken er naar uit.
Naar die negentiende augustus.
Halsreikend.
Ook al ligt er een meter sneeuw.
En hoewel ik eigenlijk gewoon ben om met de stress van een projectje in coming deadline om te gaan liggen de kaarten vandaag toch wel enigszins anders. Trouwen doe je dan ook niet elk kwartaal en ik kan niet bogen op een rijke ervaring ter zake.
Het is dan ook allemaal snel gegaan.
Mediaan kondigt een koppel hun huwelijk een dik jaar op voorhand aan en nemen ook een dik jaar de tijd om één en ander geregeld te krijgen.
Bij Hanne en mezelf hebben we niet de luxe om dat jaar te nemen. Het moet allemaal wat sneller. Omdat het niet zeker is dat ik hier over een jaar nog rondloop. We hopen dat wel natuurlijk en nog veel langer ook, maar het is niet zeker.
Tijd is deze keer niet echt een vriend.
Dus moeten we zelf een aantal dingen in handen nemen. Eigenlijk alles.
Het hele feest uitbesteden is geen optie. Omdat de agenda's van die feestzalen allemaal al volgeboekt zijn.
Na het zoveelste ontkennende antwoord op een telefoontje met de vraag of er nog ergens een datum vrij is ga je toch wel lichtjes panikeren.
Hanne en ik prikten 19 augustus, omdat die datum in het kader van mijn behandeling de meeste garantie bood op 'goede dag', zonder nevenwerkingen, of toch geen noemenswaardige nevenwerkingen.
Vroeger was geen optie.
Om een trouwfeest te regelen heb je nu eenmaal wat tijd nodig. Later ook niet, want dan zou dat trouwfeest wel eens kunnen omslaan naar een uitvaart en dat mag ook niet de bedoeling zijn.
De toeters en bellen die we eigenlijk wel aan ons feest wilden hangen moesten één voor één wijken, na elk negatief telefoontje met een potentiële feestzaal die alles zou kunnen regelen voor ons.
"Het spijt ons meneer, maar we zijn volzet".
Paniek begon bij mij toch wel lichtjes toe te slaan.
Hier en daar was er wel een feestzaal die nog plaats had op negentien augustus aanstaande, maar dat was dan voornamelijk omwille van de prijzen die ze hanteerden. Een feest is leuk, behalve als het je een half huis kost...
Ik heb de relativiteitstheorie een paar keer vervloekt. Daarom dat het ook een theorie is.
Tijd is in onze beleving wel constant. Elke dag die voorbij gaat krijg je niet terug. En brengt je korter bij de deadline. Newton en Einstein mogen vertellen wat ze willen. En ze zullen wel een punt hebben.
Ik heb dat ook. Tijd gaat voorbij. En de deadline komt elke dag korter bij.
Dus namen we zelf de touwtjes in handen, Hanne en ik.
We zochten en vonden een zaaltje dat aan de verwachtingen enigszins voldeed en vrij was op onze gekozen datum.
We hadden al een dak boven het hoofd van onze gasten, maar daar was het dan ook mee gezegd.
Dat zaaltje in de juiste sfeer brengen met decoratie bijvoorbeeld lijkt iets van niks, maar vraagt echt wel aandacht.
Een DJ vinden. Nog zo iets. Ook die mensen zijn lang op voorhand volgeboekt. Vlaanderen feest blijkbaar graag en veel.
Het live bandje, dat we er graag bij hadden, voor de DJ zijn ding zou doen.
Het eten, de catering zoeken en een brouwer.
Mensen vinden die ons willen helpen met tappen.
Een planning maken, want je wil op je huwelijksdag echt niet nog tafeltjes moeten gaan schikken.
De outfit kiezen, zowel voor Hanne als voor mij.
Een bruidsboeketje kiezen en iemand vinden die met een fototoestel kan omgaan, je kent en de sfeer weet te grijpen in de foto's.
Mensen uitnodigen en grenzen trekken, of je moet de Heizel afhuren als je dat niet doet.
Je officiële gedeelte op het stadhuis wat stroomlijnen, een restaurantje zoeken dat je compleet kan afhuren om met de naaste familie wat te gaan eten na de officiële plechtigheid.
Trouwringen kiezen en ervoor zorgen dat je die niet ergens half september geleverd krijgt.
Duizend en één dingen die je moet regelen.
Eerlijk gezegd zet ik liever een nieuwe bioplant neer. Van twaalf hectaren groot.
Dat ken ik tenminste. Of haal ik liever een bedrijf in moeilijkheden uit het slop. Heeft ook geen geheimen voor me.
Anticiperen op de weergoden, waar je niet kan op anticiperen. Gek wordt ik ervan. Alles is al voorspeld, van tropisch heet tot verzuipen. Sneeuw was er net niet bij.
Ik haat het als er dingen zijn waar ik geen vat op heb.
Maar ik heb wel weer wat geleerd.
Bottom line komt het hier op neer.
Of je nu een sandwich serveert, of je geeft oesters, het maakt niet uit.
Of het stralend weer is of het regent pijpenstelen, eigenlijk is dat niet relevant.
De sfeer wordt gemaakt door de mensen die je erbij wil hebben, niet door het decor, het weer of de exclusiviteit van de gerechtjes.
Eenvoud siert.
Dat klopt. Zelfs als het regent.
Hanne en ik kijken er naar uit.
Naar die negentiende augustus.
Halsreikend.
Ook al ligt er een meter sneeuw.
maandag 8 augustus 2016
Een huwelijk dat met rasse schreden nadert.
19 augustus komt kort bij... Het is vandaag acht augustus, eigenlijk negen. Nog tien dagen.
Ik ga trouwen, Hanne ook. Voor een huwelijk moet je met twee zijn.
Logisch. En Hanne wil nog steeds. Houden zo...
De grote dingen zijn allemaal geregeld, De details komen als een trein op me af. Honderd en één dingetjes zijn nog te regelen. Kleine dingen, die aandacht vragen.
Stress? Ja. Vind ik dat erg?
Neen, in tegendeel.
Het maakt terug een beetje de project manager bij me wakker. In the end, it all comes together.
Een man trouwt maar één keer met zijn beste vriendin, en dan wil je het allemaal goed geregeld.
No loose ends.
Niet altijd even simpel met een chemo kopke.
Maar we geven niet toe hé. En samen met mijn vrouw in spé wordt het allemaal geregeld voor de deadline. Net ervoor, maar dat is goed genoeg.
De emoties die er rond wakker gemaakt worden zijn een ander paar mouwen.
De cold feet fase zijn we voorbij. Redelijk turbulent geweest, die fase, en die hebben aanleiding gegeven tot open, en eerlijke gesprekken. Het hoort erbij, en er juist mee omgaan brengt net wat je op dat moment uit elkaar drijft korter bij elkaar.
Check. Cold feet. Gehad en gepasseerd.
Op de checklist van de dag zelf staan nog wel wat dingen open. En telkens je er eentje kan afvinken komen er drie bij. Die we ook afvinken.
We zijn er bijna. Samen.
Onder ons tweetjes. We zijn zelf ceremoniemeester. Van heel onze dag. Op negentien augustus aanstaande. Samen dirigeren we. En proberen we er geen kakofonie van te maken.
Het zal een dag worden zoals we die zelf willen invullen. Zoals we zijn en wij in het leven staan.
In alle eenvoud en met de accenten juist gelegd. Volgens ons dan toch.
Het vrijgezellen zaakje hebben we ook gehad. Ik op mijn manier, Hanne op de hare. En we hebben elk er op onze manier van genoten. Check. Vink af.
De huwelijksplechtigheid zelf begint ook vorm te krijgen. De definitieve vorm uiteraard, de draft ligt al veel langer. Maar een draft is een kladje, en we willen geen draft. We willen the real thing. De definitieve en welomschreven versie. Omdat Hanne zowel als ikzelf de zaken graag op een rijtje hebben.
Dat vraagt wat regel en schrijfwerk. Draaiboeken, huwelijksgeloften, feestanimaties en zaaldecoraties.
Trouwringen kiezen, wat te eten voorzien, kledij kiezen. Fotoreportage, en liefst gemaakt door mensen die ons kennen, en dan ook nog eens begrijpen hoe je met een fototoestel omgaat. Muziek kiezen, live en een DJ.
Openingsdans. Ik kan geen vijf minuten los meer gaan op de dansvloer, mijn kanker laat dat niet meer toe. Maar ik wil ook niet tegelplakken, en het nummer moet wat zeggen over ons. De gulden middenweg, en niet altijd makkelijk om dat dan te kiezen. We hebben het gevonden.
Eén ding hebben we niet in de hand. De weergoden, al lijken die ons voorlopig goedgezind.
En ook al regent het pijpenstelen, dat zal geen sfeerbreker zijn.
Negentien augustus. Ik kijk er naar uit.
Nu mijn huwelijksgeloften schrijven. Afwerken eigenlijk. Ze zijn grosso modo geschreven.
En niet voor publicatie vatbaar. Nu toch niet.
Na negentien augustus wel.
Als dat gewenst is natuurlijk.
Ik trouw met mijn allerbeste vriendin.
Een voorrecht...
Ik ga trouwen, Hanne ook. Voor een huwelijk moet je met twee zijn.
Logisch. En Hanne wil nog steeds. Houden zo...
De grote dingen zijn allemaal geregeld, De details komen als een trein op me af. Honderd en één dingetjes zijn nog te regelen. Kleine dingen, die aandacht vragen.
Stress? Ja. Vind ik dat erg?
Neen, in tegendeel.
Het maakt terug een beetje de project manager bij me wakker. In the end, it all comes together.
Een man trouwt maar één keer met zijn beste vriendin, en dan wil je het allemaal goed geregeld.
No loose ends.
Niet altijd even simpel met een chemo kopke.
Maar we geven niet toe hé. En samen met mijn vrouw in spé wordt het allemaal geregeld voor de deadline. Net ervoor, maar dat is goed genoeg.
De emoties die er rond wakker gemaakt worden zijn een ander paar mouwen.
De cold feet fase zijn we voorbij. Redelijk turbulent geweest, die fase, en die hebben aanleiding gegeven tot open, en eerlijke gesprekken. Het hoort erbij, en er juist mee omgaan brengt net wat je op dat moment uit elkaar drijft korter bij elkaar.
Check. Cold feet. Gehad en gepasseerd.
Op de checklist van de dag zelf staan nog wel wat dingen open. En telkens je er eentje kan afvinken komen er drie bij. Die we ook afvinken.
We zijn er bijna. Samen.
Onder ons tweetjes. We zijn zelf ceremoniemeester. Van heel onze dag. Op negentien augustus aanstaande. Samen dirigeren we. En proberen we er geen kakofonie van te maken.
Het zal een dag worden zoals we die zelf willen invullen. Zoals we zijn en wij in het leven staan.
In alle eenvoud en met de accenten juist gelegd. Volgens ons dan toch.
Het vrijgezellen zaakje hebben we ook gehad. Ik op mijn manier, Hanne op de hare. En we hebben elk er op onze manier van genoten. Check. Vink af.
De huwelijksplechtigheid zelf begint ook vorm te krijgen. De definitieve vorm uiteraard, de draft ligt al veel langer. Maar een draft is een kladje, en we willen geen draft. We willen the real thing. De definitieve en welomschreven versie. Omdat Hanne zowel als ikzelf de zaken graag op een rijtje hebben.
Dat vraagt wat regel en schrijfwerk. Draaiboeken, huwelijksgeloften, feestanimaties en zaaldecoraties.
Trouwringen kiezen, wat te eten voorzien, kledij kiezen. Fotoreportage, en liefst gemaakt door mensen die ons kennen, en dan ook nog eens begrijpen hoe je met een fototoestel omgaat. Muziek kiezen, live en een DJ.
Openingsdans. Ik kan geen vijf minuten los meer gaan op de dansvloer, mijn kanker laat dat niet meer toe. Maar ik wil ook niet tegelplakken, en het nummer moet wat zeggen over ons. De gulden middenweg, en niet altijd makkelijk om dat dan te kiezen. We hebben het gevonden.
Eén ding hebben we niet in de hand. De weergoden, al lijken die ons voorlopig goedgezind.
En ook al regent het pijpenstelen, dat zal geen sfeerbreker zijn.
Negentien augustus. Ik kijk er naar uit.
Nu mijn huwelijksgeloften schrijven. Afwerken eigenlijk. Ze zijn grosso modo geschreven.
En niet voor publicatie vatbaar. Nu toch niet.
Na negentien augustus wel.
Als dat gewenst is natuurlijk.
Ik trouw met mijn allerbeste vriendin.
Een voorrecht...
zondag 24 juli 2016
Freedom.
Het is 24 juli, zondagavond half twaalf. Hanne is slapen, er wacht haar een drukke werkweek.
De tuindeur staat open, en ik 'mag' meegenieten van een overenthousiaste band ergens op een podium van de Gentse Feesten, waarvan de bandleden volgens mij dringend nood hebben aan een stoomcursus notenleer. Ook dat hoort bij de Gentse Feesten.
Die vanavond aflopen trouwens.
De die hards worden morgenochtend tussen acht en tien van de straten geveegd door Ivago.
Het is voor mij een beetje een dubbel gevoel, net zoals vorig jaar. Aan de ene kant blij dat de rust weder keert, en aan de andere kant een beetje spijt, want niets garandeert dat ik volgend jaar nog eens over de feesten kan wandelen, en het vuurwerk mag zien.
Maar bottom line, die garantie ligt er voor niemand. Bij mij is ze alleen wat scherper afgetekend.
Het waren leuke feesten, waarin Hanne en ikzelf een evenwicht zochten en vonden tussen feestgedruis en rust. Want in Gent kan je ook genieten van rust en natuur.
Op De Blaarmeerse, of De Bourgoyen.
Zoals vandaag bijvoorbeeld.
Voormiddag zijn Hanne en ik naar de Blaarmeerse gegaan, waar Hanne vijf kilometer ging joggen op de Finse piste, en ik intussen een wandeling maakte aan het meertje. Om daarna samen wat te drinken in het cafetaria.
Namiddag zijn we over de feesten gewandeld, hebben samen wat gegeten aan een kraampje, de sfeer nog een laatste keer voor dit jaar opgesnoven en dan naar huis.
Naar 'thuis'. Om samen van de avond te genieten.
Thuis is waar mijn Hanne is. De staande Stella heeft plaats moeten ruimen...
Thuis...
Where ever I lay my hat, that's my home. Ooit was dat zo. Ik heb geen diepgewortelde roots.
Vandaag ligt dat toch wel een ietsje anders.
Mijn thuis is waar Hanne is. En waar dat huis staat speelt geen rol.
Al moet ik toegeven dat Gent goed op weg is om me te 'wortelen'.
En heeft dat meer te maken met Hanne dan met Gent.
Maar een stad met de mentaliteit van een groot dorp helpt natuurlijk.
We wonen klein, amper 75 M² en we hebben alles wat we nodig hebben.
In Arendonk woonde ik 720 M² groot, op 85 are, met een gigantische tuin inclusief buitenzwembad, vier slaapkamers, twee badkamers, een woonkamer die groter was dan ons hele flatje nu, voorzien van alle luxe en comfort, met een tuinhaard die in een kasteel niet zou misstaan en onder een luifel zo groot als onze hele flat nu. Een garage voor vier volwassen wagens. Met buitenparking voor nog eens vier wagens, volautomatische toegangspoort en videofoon.
En inbraakalarm.
Wow!!!
En toch voelde het er altijd koud aan.
Get the picture?
Geluk zit niet in bezittingen, of een gigantische villa.
In Brasschaat had ik al gedownsised, naar een woning van 190 M², met een tuin van 9 are, waar ik probeerde door 70 M² bankirai terrassen aan te leggen het 'thuisgevoel' tevergeefs te vinden.
Je thuis wordt niet gemaakt door de omvang of luxe, wel door de mensen die er wonen.
Hanne is er een paar keer geweest, in Brasschaat. Die enkele keren dat het in Brasschaat als thuis aanvoelde trouwens.
Hier in Gent is ons tuintje, eigenlijk is terras een betere omschrijving, net geen 30 m² groot, en nog nergens waren de avonden op het terras zo boeiend, eerlijk en puur als ze dat hier waren, zijn en zullen zijn.
We hebben één slaapkamer, en wie wil blijven slapen krijgt die aangeboden. Hanne en ik slapen dan in het zetelbed in de woonkamer, die trouwens even groot is als de slaapkamer.
S' ochtends krijgen onze gasten ontbijt in de keuken, want daar staat de enige tafel die we hebben. Binnen toch.
Als het echt goed weer is dan krijgen de gasten hun ontbijt in ons tuintje. Waar onze tuintafel staat.
Met vier stoelen eraan, en een parasol. Op grenen lattentegeltjes. Van 50 bij 50 cm.
Door Hanne en mij met zorg geplaatst. En met liefde. Omringt door wat plantjes, in volle grond of in potten. En met een kruidentuintje, waarvan ik de kruiden gebruik om het ontbijt - omelet voor onze gasten te kruiden...
Het is echt, puur en zonder franje.
Zonder de bedoeling te willen imponeren. Met liefde vorm gegeven, en samen in elkaar geknutseld.
De woonst die onze 'echtelijke woonst' wordt. Met een klein tuintje. En waar ik fier op ben.
Omdat het thuis is. Onze thuis.
Omdat ik hier thuis kom. Elke keer opnieuw, en niet 'naar huis ga'.
Subtiel maar heel erg belangrijk verschil.
Vrijheid heeft veel betekenissen. Eentje ervan is thuis kunnen komen, al is het in een kartonnen doos.
Je maakt je thuis zelf.
Size doesn't matter. Geloof me.
We praten hier met elkaar, aan onze keukentafel of onze terrastafel. Over de meest uiteenlopende dingen.
Ook over moeilijke dingen. Zoals cold feet bijvoorbeeld.
En samen komen we er altijd uit.
Freedom... Vrijheid.
De vrijheid om altijd eerlijk te mogen en kunnen zeggen wat je denkt en voelt.
De vrijheid om te mogen luisteren naar wat in je (toekomstige) vrouw leeft. En een vrouw te vinden die naar jou wil luisteren.
De vrijheid om ja te mogen zeggen in antwoord op de grote vraag.
De vrijheid om te mogen twijfelen over de grote vraag. De vrijheid om 'cold feet' te mogen hebben.
Zonder dat je daarop afgerekend wordt, of je daar zelf op afrekent.
Ik heb geen 720 M² bewoonbare oppervlakte meer op 85 are neergepoot.
We hebben 75 M², Of 105 M² inclusief tuintje.
En we hebben elkaar.
Door dik en dun.
Ook als het eens wat moeilijker gaat.
Ook als we 24 jaar in leeftijd verschillen.
Ook als kanker roet in het eten strooit.
Een thuis wordt gemaakt door liefde, respect en er zijn voor elkaar.
Niet door een hoop stenen op een gigantische lap grond.
Jaloers?
Ja? Doe er wat aan.
Neen? Goed zo. Je hebt de essentie begrepen.
De tuindeur staat open, en ik 'mag' meegenieten van een overenthousiaste band ergens op een podium van de Gentse Feesten, waarvan de bandleden volgens mij dringend nood hebben aan een stoomcursus notenleer. Ook dat hoort bij de Gentse Feesten.
Die vanavond aflopen trouwens.
De die hards worden morgenochtend tussen acht en tien van de straten geveegd door Ivago.
Het is voor mij een beetje een dubbel gevoel, net zoals vorig jaar. Aan de ene kant blij dat de rust weder keert, en aan de andere kant een beetje spijt, want niets garandeert dat ik volgend jaar nog eens over de feesten kan wandelen, en het vuurwerk mag zien.
Maar bottom line, die garantie ligt er voor niemand. Bij mij is ze alleen wat scherper afgetekend.
Het waren leuke feesten, waarin Hanne en ikzelf een evenwicht zochten en vonden tussen feestgedruis en rust. Want in Gent kan je ook genieten van rust en natuur.
Op De Blaarmeerse, of De Bourgoyen.
Zoals vandaag bijvoorbeeld.
Voormiddag zijn Hanne en ik naar de Blaarmeerse gegaan, waar Hanne vijf kilometer ging joggen op de Finse piste, en ik intussen een wandeling maakte aan het meertje. Om daarna samen wat te drinken in het cafetaria.
Namiddag zijn we over de feesten gewandeld, hebben samen wat gegeten aan een kraampje, de sfeer nog een laatste keer voor dit jaar opgesnoven en dan naar huis.
Naar 'thuis'. Om samen van de avond te genieten.
Thuis is waar mijn Hanne is. De staande Stella heeft plaats moeten ruimen...
Thuis...
Where ever I lay my hat, that's my home. Ooit was dat zo. Ik heb geen diepgewortelde roots.
Vandaag ligt dat toch wel een ietsje anders.
Mijn thuis is waar Hanne is. En waar dat huis staat speelt geen rol.
Al moet ik toegeven dat Gent goed op weg is om me te 'wortelen'.
En heeft dat meer te maken met Hanne dan met Gent.
Maar een stad met de mentaliteit van een groot dorp helpt natuurlijk.
We wonen klein, amper 75 M² en we hebben alles wat we nodig hebben.
In Arendonk woonde ik 720 M² groot, op 85 are, met een gigantische tuin inclusief buitenzwembad, vier slaapkamers, twee badkamers, een woonkamer die groter was dan ons hele flatje nu, voorzien van alle luxe en comfort, met een tuinhaard die in een kasteel niet zou misstaan en onder een luifel zo groot als onze hele flat nu. Een garage voor vier volwassen wagens. Met buitenparking voor nog eens vier wagens, volautomatische toegangspoort en videofoon.
En inbraakalarm.
Wow!!!
En toch voelde het er altijd koud aan.
Get the picture?
Geluk zit niet in bezittingen, of een gigantische villa.
In Brasschaat had ik al gedownsised, naar een woning van 190 M², met een tuin van 9 are, waar ik probeerde door 70 M² bankirai terrassen aan te leggen het 'thuisgevoel' tevergeefs te vinden.
Je thuis wordt niet gemaakt door de omvang of luxe, wel door de mensen die er wonen.
Hanne is er een paar keer geweest, in Brasschaat. Die enkele keren dat het in Brasschaat als thuis aanvoelde trouwens.
Hier in Gent is ons tuintje, eigenlijk is terras een betere omschrijving, net geen 30 m² groot, en nog nergens waren de avonden op het terras zo boeiend, eerlijk en puur als ze dat hier waren, zijn en zullen zijn.
We hebben één slaapkamer, en wie wil blijven slapen krijgt die aangeboden. Hanne en ik slapen dan in het zetelbed in de woonkamer, die trouwens even groot is als de slaapkamer.
S' ochtends krijgen onze gasten ontbijt in de keuken, want daar staat de enige tafel die we hebben. Binnen toch.
Als het echt goed weer is dan krijgen de gasten hun ontbijt in ons tuintje. Waar onze tuintafel staat.
Met vier stoelen eraan, en een parasol. Op grenen lattentegeltjes. Van 50 bij 50 cm.
Door Hanne en mij met zorg geplaatst. En met liefde. Omringt door wat plantjes, in volle grond of in potten. En met een kruidentuintje, waarvan ik de kruiden gebruik om het ontbijt - omelet voor onze gasten te kruiden...
Het is echt, puur en zonder franje.
Zonder de bedoeling te willen imponeren. Met liefde vorm gegeven, en samen in elkaar geknutseld.
De woonst die onze 'echtelijke woonst' wordt. Met een klein tuintje. En waar ik fier op ben.
Omdat het thuis is. Onze thuis.
Omdat ik hier thuis kom. Elke keer opnieuw, en niet 'naar huis ga'.
Subtiel maar heel erg belangrijk verschil.
Vrijheid heeft veel betekenissen. Eentje ervan is thuis kunnen komen, al is het in een kartonnen doos.
Je maakt je thuis zelf.
Size doesn't matter. Geloof me.
We praten hier met elkaar, aan onze keukentafel of onze terrastafel. Over de meest uiteenlopende dingen.
Ook over moeilijke dingen. Zoals cold feet bijvoorbeeld.
En samen komen we er altijd uit.
Freedom... Vrijheid.
De vrijheid om altijd eerlijk te mogen en kunnen zeggen wat je denkt en voelt.
De vrijheid om te mogen luisteren naar wat in je (toekomstige) vrouw leeft. En een vrouw te vinden die naar jou wil luisteren.
De vrijheid om ja te mogen zeggen in antwoord op de grote vraag.
De vrijheid om te mogen twijfelen over de grote vraag. De vrijheid om 'cold feet' te mogen hebben.
Zonder dat je daarop afgerekend wordt, of je daar zelf op afrekent.
Ik heb geen 720 M² bewoonbare oppervlakte meer op 85 are neergepoot.
We hebben 75 M², Of 105 M² inclusief tuintje.
En we hebben elkaar.
Door dik en dun.
Ook als het eens wat moeilijker gaat.
Ook als we 24 jaar in leeftijd verschillen.
Ook als kanker roet in het eten strooit.
Een thuis wordt gemaakt door liefde, respect en er zijn voor elkaar.
Niet door een hoop stenen op een gigantische lap grond.
Jaloers?
Ja? Doe er wat aan.
Neen? Goed zo. Je hebt de essentie begrepen.
donderdag 21 juli 2016
Cold feet, the sequel. Of wat een naderend huwelijk doet met mindset.
Het is 21 juli, en de dag voelt aan als een gezapige zondag.
Vreemd gevoel voor een donderdag.
Ik ben wakker geworden tegen een uur of elf, wat voor mij een gat in de dag betekent. Als je om half vijf pas in je bed bent gekropen is dat niet zo vreemd. Zesenhalf uur slapen is voor de gemiddelde mens over het algemeen niet genoeg. Voor mij is dat een prestatie van formaat. Het was dan ook een hele leuke avond, op de Gentse Feesten, in gezelschap van drie dames die feesten verheffen van een banale zuip bacchanalen tot een avond vol met intelligente kwinkslagen, scherp humoristische opmerkingen en relativeren. Een verademing in deze zwaarbeladen tijden van angst, terrorisme in al zijn vormen en de daarbij behorende dreiging.
Het was even nodig.
Eventjes alles vergeten, opgaan in het feestgedruis zonder jezelf daarbij te verliezen in de alcohol en fast food.
Ik heb dus goed geslapen. Het heeft trouwens tot half één geduurd voor ik echt wakker was.
Hanne had ook wat moeite met op dreef te geraken.
So what?
Ik maakte een aardappel slaatje, en een tomaten vinaigrette, zwierde twee Irish rumsteaks en twee varkensfiletjes in de pan en na een half uurtje stond er wat te eten op de terrastafel.
Buiten eten, bij aangename temperaturen, zonder trui en regenpak, maar even vrolijk zonder het gevoel dat als kon je kon je je vel zou uittrekken omwille van de Savanna temperaturen. Met een glas frisdrank, omdat de rosé toch nog niet echt aangewezen was.
Rustig, gezapig. Zonder saai te zijn.
Go with the flow. Het was al even geleden.
Namiddag hebben we een stevige wandeling gemaakt, in de natuur, even weg van het feestgedruis, en afgerond met een Westmalle tripple. Wandelen, samen met Hanne, zonder een concreet gespreksonderwerp, dikwijls in stilte. Elk een beetje verzonken in eigen gedachten, Niks mis mee.
De eigen gedachtestromen wat kanaliseren, efkes reflecteren. Het was nodig.
De voorbije drie maanden waren dan ook bewogen.
Ik stelde begin april aan Hanne de grote vraag. Een vraag die er lag aan te komen, maar waarvan we beiden de impact wat hadden onderschat. Een vraag die wat rose was gekleurd door romantiek. Een vraag die volmondig door mij werd gesteld en door Hanne volmondig met een ja werd beantwoord.
Om dan te beginnen aan een periode van hectiek, zakenreizen voor Hanne en scripties schrijven voor mij, met te weinig tijd om stil te staan bij de impact van een huwelijk.
Er waren tig andere dingen die ons even bezig hielden, met drie weken van fysieke afstand. Een week 600 km en twee weken 9000 km.
Begin mei verdween de fysieke afstand, doordat de business trips van Hanne achter de rug waren.
Het langverwachte weerzien was iets koeler dan we beiden verwacht hadden. Blij om elkaar terug te zien, dat wel, maar er was ogenschijnlijk een stukje warmte verloren gegaan.
Het gewone leven hernam zich, Hanne ging werken, in haar nieuwe job met alle uitdagingen die daar lagen, en ik ging verder in de oorlog tegen mijn grootste vijand kanker. Het huwelijk vroeg dat we toch wel met enige spoed een aantal dingen zouden op poten gaan zetten, maar er waren wel altijd andere zaken die onze aandacht opeisten.
Zonder het echt goed te beseffen verzandden we elk in onze eigen patronen, en ons huwelijk kreeg niet de aandacht die een nakend huwelijk zou moeten krijgen.
Geen van ons beiden had het lef om dit aan te kaarten, maar we voelden allebei dat er ergens fundamenteel wel wat veranderd was.
Er waren muizenissen, in ieders hoofd en die niet dadelijk konden worden geduid.
De focus lag niet waar die eigenlijk moest liggen. De spontane lieve knuffel bleef wat uit, en als er toch een knuffel kwam voelde die wat geforceerd aan.
Het is een gekend fenomeen. En het heeft een naam.
Cold feet.
Koude voeten.
Twijfels die toeslaan. Is huwen echt wel het beste idee?
En voor een stelletje zoals Hanne en ik liggen er nog wel wat meer penetrante vragen op de plank dan dit het geval is voor een 'gewoon' koppel.
En zelfs een 'gewoon' koppel kunnen last hebben van cold feet. Bij ons liggen er enkele bonus vragen.
Ons leeftijdsverschil bijvoorbeeld. 24 jaar is niet niks. En mijn kanker, die vandaag nog steeds een doodsvonnis betekent. Levensverlengende behandelingen, geen levensreddende behandelingen.
Of de trajecten die elk van ons hebben afgelegd, en waar we beiden vanuit onze levenservaringen het idee hebben opgevat dat we nooit ('meer', in mijn geval) zouden huwen.
De accenten van de vragen liggen bij elk van ons wat verschillend.
Bij Hanne leefden er andere twijfels dan bij mij.
Ikzelf stelde onder meer de vraag of ik het recht had om een jonge vrouw te huwen, wetende dat ze veel te vroeg een weduwe zou worden.
En of ik het recht had iemand van zevenentwintig te binden aan mij. Een jonge vrouw, boordevol energie, met hopen plannen, timmerend aan haar beginnende carrière die een niet onbelangrijk deel van haar tijd en vooral vrije tijd vroeg. Tijd die ik niet meer heb. In een dynamiek die ik omwille van de kankerbehandeling en de nevenwerkingen ervan niet altijd meer heb. Zelfs dikwijls niet meer heb. Gewoon omdat de chemo alle energie uit me haalt, en ik meer moe dan vitaal ben.
Omdat Peter die Hanne leerde kennen vandaag niet meer dezelfde is. Er zijn genoeg stelletjes die gelukkig zijn en blijven waar ook een leeftijdsverschil van meer dan twintig jaar ligt, maar daar is kanker geen stoorzender.
De korte termijn van het leven dat mij nog rest, en wat Hanne en mezelf deden besluiten om de tijd die ons nog rest samen door te brengen, vormt nu vreemd genoeg een barrière. Vragen die ook bij mij zijn gaan leven.
Hoe moet het verder als ik op de ene of de andere miraculeuze wijze toch die onoverwinbare kanker zou overwinnen, en er mij nog veertig jaar zijn gegund?
Er is een fundamenteel verschil tussen een engagement voor twee jaar, of in het beste geval drie, en anderzijds een engagement voor veertig jaar.
Wat als ik zelf mijn pensioenleeftijd haal, en kan gaan genieten van vrije tijd na decennia hard werken, terwijl mijn vrouw nog 24 jaar moet werken? Hoe pakken we dat aan? En hoe gaan we er mee om dat als mijn vrouw kan gaan genieten van haar pensioen ik zelf mijn laatste adem ga uitblazen?
Bij Hanne leefden er gelijkaardige vragen. Ze ervaart nu bijvoorbeeld regelmatig de beperkingen van mijn fysieke kunnen omwille van de chemobehandeling.
Ook bij haar leven er vragen.
Begrijpelijk.
Sporten samen met haar partner is quasi onmogelijk. Een flinke wandeling in een aangepast tempo kan, tennis, squash of zelfs maar tien kilometer joggen niet.
Festivals waar de muziek van haar generatie wordt gebracht veroorzaken alleen maar hoofdpijn bij hem.
Gaan backpacken voor een maand of twee samen met haar partner kan niet.
Niet omdat ik daar fysiek niet meer in staat toe ben, maar omdat mijn behandeling geen twee maanden onderbreking toe laat. Fysiek zou ik dat wel kunnen, mits behoorlijke inspanningen en niet willen toegeven. Maar twee maanden zonder behandeling zijn vandaag gelijk aan zelfmoord.
Hanne die gelet op haar jeugdige leeftijd, wel eens behoefte heeft aan een avondje stappen met vriendinnen, en ik zelf die dat allemaal al gehad heeft, en het minder noodzakelijk vind om met 'the guys' er nog eens in te vliegen.
En anderzijds ikzelf die me soms een stukje ontheemd voel, doordat ik logischerwijze verhuisd ben naar de omgeving van Gent omdat Hanne haar professionele wereld hier ligt, en haar sociale wereld ook.
Mijn roots liggen 120 km ver van Gent. Een avondje stappen met de vrienden moet dan flink op voorhand gepland worden... De spontaniteit van de impuls is verdwenen.
Cold feet dus, bij mezelf en bij Hanne.
Het is uiteindelijk uitgemond in enkele diepgaande gesprekken, waarbij de wederzijdse vragen en twijfels werden geduid en doorgesproken.
En een aantal van de twijfels werden weggenomen. Een aantal. Niet allemaal.
Sommige vragen hebben het recht er te zijn, zonder een duidelijk antwoord.
Sommige vragen mogen open blijven.
We zijn er intussen uit. Samen, en ergens ieder voor zich.
We zien wel waar het pad toe leidt.
En voor elk probleem is er een oplossing. Je moet die alleen willen zien.
De basis is er. We zien elkaar graag. Heel erg graag.
De rest is bull shit.
Yought meets age. And age meets yought.
Verruimend en niet verlammend.
Je moet het alleen willen zien.
19 augustus zeggen we ja tegen elkaar.
Niet evident. Hanne haar 'ja' zeker niet.
Daar ben ik me ten zeerste van bewust.
Ik zal geen runaway bridegroom zijn.
Vreemd gevoel voor een donderdag.
Ik ben wakker geworden tegen een uur of elf, wat voor mij een gat in de dag betekent. Als je om half vijf pas in je bed bent gekropen is dat niet zo vreemd. Zesenhalf uur slapen is voor de gemiddelde mens over het algemeen niet genoeg. Voor mij is dat een prestatie van formaat. Het was dan ook een hele leuke avond, op de Gentse Feesten, in gezelschap van drie dames die feesten verheffen van een banale zuip bacchanalen tot een avond vol met intelligente kwinkslagen, scherp humoristische opmerkingen en relativeren. Een verademing in deze zwaarbeladen tijden van angst, terrorisme in al zijn vormen en de daarbij behorende dreiging.
Het was even nodig.
Eventjes alles vergeten, opgaan in het feestgedruis zonder jezelf daarbij te verliezen in de alcohol en fast food.
Ik heb dus goed geslapen. Het heeft trouwens tot half één geduurd voor ik echt wakker was.
Hanne had ook wat moeite met op dreef te geraken.
So what?
Ik maakte een aardappel slaatje, en een tomaten vinaigrette, zwierde twee Irish rumsteaks en twee varkensfiletjes in de pan en na een half uurtje stond er wat te eten op de terrastafel.
Buiten eten, bij aangename temperaturen, zonder trui en regenpak, maar even vrolijk zonder het gevoel dat als kon je kon je je vel zou uittrekken omwille van de Savanna temperaturen. Met een glas frisdrank, omdat de rosé toch nog niet echt aangewezen was.
Rustig, gezapig. Zonder saai te zijn.
Go with the flow. Het was al even geleden.
Namiddag hebben we een stevige wandeling gemaakt, in de natuur, even weg van het feestgedruis, en afgerond met een Westmalle tripple. Wandelen, samen met Hanne, zonder een concreet gespreksonderwerp, dikwijls in stilte. Elk een beetje verzonken in eigen gedachten, Niks mis mee.
De eigen gedachtestromen wat kanaliseren, efkes reflecteren. Het was nodig.
De voorbije drie maanden waren dan ook bewogen.
Ik stelde begin april aan Hanne de grote vraag. Een vraag die er lag aan te komen, maar waarvan we beiden de impact wat hadden onderschat. Een vraag die wat rose was gekleurd door romantiek. Een vraag die volmondig door mij werd gesteld en door Hanne volmondig met een ja werd beantwoord.
Om dan te beginnen aan een periode van hectiek, zakenreizen voor Hanne en scripties schrijven voor mij, met te weinig tijd om stil te staan bij de impact van een huwelijk.
Er waren tig andere dingen die ons even bezig hielden, met drie weken van fysieke afstand. Een week 600 km en twee weken 9000 km.
Begin mei verdween de fysieke afstand, doordat de business trips van Hanne achter de rug waren.
Het langverwachte weerzien was iets koeler dan we beiden verwacht hadden. Blij om elkaar terug te zien, dat wel, maar er was ogenschijnlijk een stukje warmte verloren gegaan.
Het gewone leven hernam zich, Hanne ging werken, in haar nieuwe job met alle uitdagingen die daar lagen, en ik ging verder in de oorlog tegen mijn grootste vijand kanker. Het huwelijk vroeg dat we toch wel met enige spoed een aantal dingen zouden op poten gaan zetten, maar er waren wel altijd andere zaken die onze aandacht opeisten.
Zonder het echt goed te beseffen verzandden we elk in onze eigen patronen, en ons huwelijk kreeg niet de aandacht die een nakend huwelijk zou moeten krijgen.
Geen van ons beiden had het lef om dit aan te kaarten, maar we voelden allebei dat er ergens fundamenteel wel wat veranderd was.
Er waren muizenissen, in ieders hoofd en die niet dadelijk konden worden geduid.
De focus lag niet waar die eigenlijk moest liggen. De spontane lieve knuffel bleef wat uit, en als er toch een knuffel kwam voelde die wat geforceerd aan.
Het is een gekend fenomeen. En het heeft een naam.
Cold feet.
Koude voeten.
Twijfels die toeslaan. Is huwen echt wel het beste idee?
En voor een stelletje zoals Hanne en ik liggen er nog wel wat meer penetrante vragen op de plank dan dit het geval is voor een 'gewoon' koppel.
En zelfs een 'gewoon' koppel kunnen last hebben van cold feet. Bij ons liggen er enkele bonus vragen.
Ons leeftijdsverschil bijvoorbeeld. 24 jaar is niet niks. En mijn kanker, die vandaag nog steeds een doodsvonnis betekent. Levensverlengende behandelingen, geen levensreddende behandelingen.
Of de trajecten die elk van ons hebben afgelegd, en waar we beiden vanuit onze levenservaringen het idee hebben opgevat dat we nooit ('meer', in mijn geval) zouden huwen.
De accenten van de vragen liggen bij elk van ons wat verschillend.
Bij Hanne leefden er andere twijfels dan bij mij.
Ikzelf stelde onder meer de vraag of ik het recht had om een jonge vrouw te huwen, wetende dat ze veel te vroeg een weduwe zou worden.
En of ik het recht had iemand van zevenentwintig te binden aan mij. Een jonge vrouw, boordevol energie, met hopen plannen, timmerend aan haar beginnende carrière die een niet onbelangrijk deel van haar tijd en vooral vrije tijd vroeg. Tijd die ik niet meer heb. In een dynamiek die ik omwille van de kankerbehandeling en de nevenwerkingen ervan niet altijd meer heb. Zelfs dikwijls niet meer heb. Gewoon omdat de chemo alle energie uit me haalt, en ik meer moe dan vitaal ben.
Omdat Peter die Hanne leerde kennen vandaag niet meer dezelfde is. Er zijn genoeg stelletjes die gelukkig zijn en blijven waar ook een leeftijdsverschil van meer dan twintig jaar ligt, maar daar is kanker geen stoorzender.
De korte termijn van het leven dat mij nog rest, en wat Hanne en mezelf deden besluiten om de tijd die ons nog rest samen door te brengen, vormt nu vreemd genoeg een barrière. Vragen die ook bij mij zijn gaan leven.
Hoe moet het verder als ik op de ene of de andere miraculeuze wijze toch die onoverwinbare kanker zou overwinnen, en er mij nog veertig jaar zijn gegund?
Er is een fundamenteel verschil tussen een engagement voor twee jaar, of in het beste geval drie, en anderzijds een engagement voor veertig jaar.
Wat als ik zelf mijn pensioenleeftijd haal, en kan gaan genieten van vrije tijd na decennia hard werken, terwijl mijn vrouw nog 24 jaar moet werken? Hoe pakken we dat aan? En hoe gaan we er mee om dat als mijn vrouw kan gaan genieten van haar pensioen ik zelf mijn laatste adem ga uitblazen?
Bij Hanne leefden er gelijkaardige vragen. Ze ervaart nu bijvoorbeeld regelmatig de beperkingen van mijn fysieke kunnen omwille van de chemobehandeling.
Ook bij haar leven er vragen.
Begrijpelijk.
Sporten samen met haar partner is quasi onmogelijk. Een flinke wandeling in een aangepast tempo kan, tennis, squash of zelfs maar tien kilometer joggen niet.
Festivals waar de muziek van haar generatie wordt gebracht veroorzaken alleen maar hoofdpijn bij hem.
Gaan backpacken voor een maand of twee samen met haar partner kan niet.
Niet omdat ik daar fysiek niet meer in staat toe ben, maar omdat mijn behandeling geen twee maanden onderbreking toe laat. Fysiek zou ik dat wel kunnen, mits behoorlijke inspanningen en niet willen toegeven. Maar twee maanden zonder behandeling zijn vandaag gelijk aan zelfmoord.
Hanne die gelet op haar jeugdige leeftijd, wel eens behoefte heeft aan een avondje stappen met vriendinnen, en ik zelf die dat allemaal al gehad heeft, en het minder noodzakelijk vind om met 'the guys' er nog eens in te vliegen.
En anderzijds ikzelf die me soms een stukje ontheemd voel, doordat ik logischerwijze verhuisd ben naar de omgeving van Gent omdat Hanne haar professionele wereld hier ligt, en haar sociale wereld ook.
Mijn roots liggen 120 km ver van Gent. Een avondje stappen met de vrienden moet dan flink op voorhand gepland worden... De spontaniteit van de impuls is verdwenen.
Cold feet dus, bij mezelf en bij Hanne.
Het is uiteindelijk uitgemond in enkele diepgaande gesprekken, waarbij de wederzijdse vragen en twijfels werden geduid en doorgesproken.
En een aantal van de twijfels werden weggenomen. Een aantal. Niet allemaal.
Sommige vragen hebben het recht er te zijn, zonder een duidelijk antwoord.
Sommige vragen mogen open blijven.
We zijn er intussen uit. Samen, en ergens ieder voor zich.
We zien wel waar het pad toe leidt.
En voor elk probleem is er een oplossing. Je moet die alleen willen zien.
De basis is er. We zien elkaar graag. Heel erg graag.
De rest is bull shit.
Yought meets age. And age meets yought.
Verruimend en niet verlammend.
Je moet het alleen willen zien.
19 augustus zeggen we ja tegen elkaar.
Niet evident. Hanne haar 'ja' zeker niet.
Daar ben ik me ten zeerste van bewust.
Ik zal geen runaway bridegroom zijn.
Abonneren op:
Posts (Atom)


